Uit de resultaten van de jaarlijkse Mobiliteitsbarometer van Acerta blijkt dat iets meer dan 4 op 5 bevraagde werknemers in de privésector vorig jaar exclusief koos voor een of ander vervoersmiddel voor hun woon-werkverkeer.

Auto

“61,6 % van de bevraagde werknemers rijdt elke dag met de auto naar het werk. Dat is nog altijd een ruime meerderheid, maar iets minder dan de 65% die in 2018 nog zwoer bij de auto”, zegt Glenn Van Oevelen, Managing Consultant Legal van Acerta Consult. De auto blijft bij uitstek het populairste exclusieve vervoermiddel voor woon-werkverkeer, op afstand gevolgd door de werknemer die exclusief zijn/haar fiets gebruikt (14,1%) en de overtuigde gebruiker van het openbaar vervoer (6,23%).

Combimobiliteit

Het rijk van koning auto in het woon-werkverkeer brokkelt wel stukje bij beetje af. Steeds meer werknemers kiezen ervoor om binnen dezelfde rit (gemiddeld iets meer dan 19 km) naar het werk de auto te combineren met een ander vervoersmiddel: ze nemen bijvoorbeeld de (plooi)fiets mee en fietsen de laatste kilometers van een makkelijk bereikbare parking naar het werk. De fiets is het vervoermiddel dat het meest wordt afgewisseld met de auto: 15,02%. Zelden combineren de bevraagde werknemers in de privé auto met openbaar vervoer (0,64%) laat staan auto met fiets én openbaar vervoer (0,26%). Op de combinatie van fiets en openbaar vervoer in het kader van het woon-werkverkeer zitten evenmin veel respondenten te wachten (1,14%).

(Bedrijfs)fiets

Uit het onderzoek van Acerta kwam naar voren dat vorig jaar 30,52 % van de werknemers minstens geregeld kozen voor de fiets, dat is een stijging met 15,7% tegenover 2018. Die nieuwe stijging bevestigt de opmars van de fiets in het traject van en naar het werk, een opmars die volgens Acerta al in 2011 begon. De sleutel van het succes? “We stellen vast dat de (elektrische) bedrijfsfiets ondertussen quasi een standaardoptie is in cafetariaplannen die bedrijven aan hun personeel aanbieden. Mobiliteit is in dergelijke plannen veelal een belangrijk element. Veel bedrijven bieden bovendien – buiten het kader van een breed cafetariaplan – hun arbeiders en bedienden de mogelijkheid om een deel van hun toekomstig loon in te ruilen voor de terbeschikkingstelling van een (elektrische) bedrijfsfiets. Mobiliteitsmodi combineren wordt trouwens ook van overheidswege gestimuleerd, onder andere door de inzet van besturen op een veiligere en uitgebreidere infrastructuur”, zegt Glenn Van Oevelen.

Voordelen van bedrijfsfiets

Lees hier meer over de fiscaliteit op bedrijfsfietsen

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Splitsen we de nationale resultaten van de Mobiliteitsbarometer van Acerta op naar de regio’s, dan stellen we vast dat het exclusief gebruik van de auto voor het woon-werkverkeer, op een uitzondering na, overal de bovenhand heeft. In West-Vlaanderen en Limburg is dat aandeel, met respectievelijk 66,5% en 67%, zelfs hoger dan het nationaal gemiddelde van 61,6%. In Oost-Vlaanderen telt men gemiddeld minder exclusieve gebruikers van de wagen: 59,2%. In Vlaams-Branant scoort men gemiddeld: 61,3%. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de uitzondering want het gebruik van de auto voor het woon-werkverkeer (45,3%) scoorde vorig jaar voor het eerst lager dan het aandeel van het openbaar vervoer (45,9%), het populairste vervoersmiddel van thuis naar het werk in de hoofdstad. Wel ziet Acerta in alle regio’s een stijging van de combinatie auto-fiets in het woon-werkverkeer.