De fiets wordt opvallend vaak gebruikt voor vrijetijdverplaatsingen en om boodschappen te doen, vooral tijdens het weekend. Zo vinden vele Vlamingen toch een manier om gezond en in beweging te blijven, met respect voor de door de overheid getroffen maatregelen.

We gebruiken de fiets vaker voor vrijetijdsverplaatsingen, vooral tijdens het weekend

Uit de cijfers van VAB-Fietsbijstand blijkt dat het fietsgebruik tijdens de week voor woon-werkverkeer sterk gedaald is: op weekdagen daalde het aantal fietsinterventies met gemiddeld de helft, maar op sommige dagen zien we het aantal interventies voor fietsbijstand zelfs dalen tot 24% van het normaal aantal pechgevallen. Dit komt vooral door de algemene daling van het woon-werkverkeer. Als men toch gaat werken geeft men bovendien nu vaker de voorkeur aan de auto, omdat er bijna geen files zijn. De fiets wordt echter vaker gebruikt voor vrijetijdsverplaatsingen, vooral tijdens het weekend.

Als we kijken naar wie de fiets gebruikt om vrienden en familie te bezoeken, zien we dat vooral jongeren tussen 18 en 30 jaar dat doen. Nog eens 7% bezoekt familie en vrienden te voet. 8% van de 31-45 jarigen geven aan vooral online contact te maken met vrienden en familie.

Om vrijetijdsverplaatsingen te doen, gebruikt 1 op 3 jongeren de fiets. Maar ook de andere leeftijdsgroepen gebruiken de fiets voor vrijetijdsverplaatsingen. Opvallend is dat de 31-45 jarigen ook vaak een wandeling maken om zich te ontspannen: 1 op 5.

Wat betreft het woon-werkverkeer, blijkt dat vooral de jongeren tussen 18 en 30 jaar zijn overgestapt op de fiets voor het woon-werkverkeer. Wellicht zien zij dit ook als een vorm van ontspanning en beweging. De 31-45 jarigen is de groep die het vaakst van thuis uit kan werken: 70% van hen werkt van thuis uit, 45% zelfs elke dag.

Het openbaar vervoer gebruik is spectaculair gedaald

Van de Vlamingen die voor de COVID-19 crisis het openbaar vervoer nog gebruikten voor het woon-werkverkeer, doet slechts 16% dat nu nog. De belangrijkste redenen zijn daarvoor dat men nu kan thuiswerken (64%) of in tijdelijke werkloosheid is (16%). Wie nog wel naar het werk moet pendelen, gebruikt de bus of tram niet meer uit vrees voor de eigen gezondheid (68%) of omdat de uurregeling niet meer uitkomt (7%).