link2fleet ging graven in het programma van de verschillende democratische politieke partijen om hun respectieve ambities op het vlak van mobiliteit te peilen. Bij onze analyse bleek al snel dat de bedrijfswagen een echt chantagemiddel, of beter gezegd een zeer effectief campagnewapen is geworden. link2fleet heeft een volledig overzicht gemaakt van de partijen die de bedrijfswagen eenvoudigweg willen schrappen tot zij die hem een onmisbare schakel van de economie vinden.

Vlaanderen: een onderwerp dat scheurt

De kans is klein dat we het na de volgende verkiezingen zonder bedrijfswagen moeten doen. Het is wel reëel dat onze bedrijfs- of salariswagen een stuk groener zal zijn. Ondanks de voorstellen van GROEN en sp.a houdt de te hoge loonkost in ons land een radicale ommezwaai wellicht tegen. Voor een werkgever is het nu eenmaal fiscaal veel voordeliger om een werknemer uit te betalen met een salariswagen dan met loon. Aan dat systeem raken ligt heel gevoelig en dat beseffen alle politieke partijen. Maar anderzijds zorgen al die bedrijfswagens voor meer files en meer uitstoot. Dankzij Greta Thurnberg is iedereen er van overtuigd dat daar iets moet aan gebeuren.  

GROEN: stop aan de salariswagen

GROEN heeft goed geluisterd naar de klimaatjongeren en windt er geen doekjes om. De partij wil komaf maken met de salariswagens. De groenen stellen voor om zo snel mogelijk de tankkaarten af te schaffen en op korte termijn ook de salariswagen. Het budget dat op die manier vrijkomt wil GROEN omzetten naar een mobiliteitsbudget. Dat zou er niet alleen komen voor de mensen die nu al een salariswagen hebben, maar voor alle werkende Belgen. Het gevolg van die maatregel zou zijn dat eigenaars van een salariswagen het fiscale voordeel niet helemaal recupereren. Het hoeft niet te verwonderen dat GROEN heel wat tegenwind krijgt uit die richting.
Aan de linkerzijde van het politieke spectrum wil ook sp.a niet langer weten van bedrijfswagens. Ze blijven hun politieke filosofie trouw en zeggen dat de afschaffing niet mag raken aan de koopkracht van de mensen. De socialisten zien het meeste heil in een tax shift. Inkomen uit vermogen en uit werk zou volgens hun voorstel gelijk moeten worden belast. Zo kunnen de lasten uit arbeid 10% verlagen. Dat geeft ruimte om de werknemers in geld te betalen in plaats van met een salariswagen.

CD&V: onrealistische voorstellen

De huidige regeringspartijen N-VA, Open VLD en CD&V namen tijdens de voorbije legislatuur al enkele, weinig succesvolle maatregelen, om de mobiliteit te vergroenen. Met ‘cash for car’ kon een werknemer zijn bedrijfswagen inruilen voor geld. Met het ‘mobiliteitsbudget’ kon je kiezen voor een groenere wagen gekoppeld aan bijvoorbeeld een abonnement voor het openbaar vervoer of een (elektrische) fiets. Verder werd door de Regering de fiscale aftrekbaarheid van tankkaarten beperkt.
De partijprogramma’s van N-VA, Open VLD en CD&V zijn opvallend gelijklopend als het over mobiliteit gaat. Aan de salariswagens wordt nauwelijks geraakt maar ze krijgen wel een groen laagje als het van de Zweedse coalitie afhangt. Zo wil CD&V dat tegen 2023 elke nieuwe bedrijfswagen 100% elektrisch is, wat nogal onrealistisch is. Open VLD zit op dezelfde lijn maar is iets minder ambitieus. De liberalen willen dat de fiscale voordelen voor bedrijfswagens tegen 2028 enkel nog gelden voor auto’s die geen CO2 uitstoten. Ook N-VA wil op termijn geen voordelen meer geven aan vervuilende bedrijfswagens. De huidige normen mogen voor de partij van Bart De Wever gerust nog wat strenger. N-VA blijft ook vasthouden aan het systeem van ‘cash for car’. 

Cash for car

Franstale partijen: Ecolo steekt het vuur aan de lont

Ecolo heeft als eerste zijn wapens getrokken door te berekenen dat het fiscale voordeel voor salariswagens de staat elk jaar 4 miljard euro kost, een budget dat zou kunnen worden gebruikt om onze volledig achterhaalde structuur te moderniseren. De groenen willen daarom de subsidiëring van de bedrijfswagen – en alle fiscale voordelen voor woon-werkverkeer – stopzetten en vervangen door een mobiliteitsbudget in de vorm van een belastingkrediet voor alle werknemers.

Nog radicaler stigmatiseert de PTB de bedrijfswagen door hem te beschouwen als een van de hoofdverantwoordelijken voor alle problemen met files op de weg en luchtvervuiling. De linkse partij zet daarom in op een geleidelijke uitstap uit het systeem van de bedrijfswagen in ruil voor een gerichte verhoging van het brutoloon.

De houding van DEFI tegenover de bedrijfswagen ligt niet zo ver van die van de PTB. Ook zij willen snel af van het systeem, dat zij ongelijk verdeeld vinden en verantwoordelijk voor een groot deel van de files. De partij van Olivier Maingain meent bovendien dat bedrijfswagens gevoelig meer kilometers rijden en daardoor een grotere verantwoordelijkheid dragen in onze falende mobiliteit. Toch wil de partij een onderscheid maken tussen zogezegde “salariswagens” en “werkwagens”.

Ook de PS is een voorstander van een geleidelijke opheffing van het regime van bedrijfswagens en tankkaarten, die het verantwoordelijk houdt voor de betreurenswaardige staat van de Belgische mobiliteit. De socialisten kiezen echter voor een zachte en doordachte overgang om de huidige gebruikers van het systeem hun nettovoordeel te laten behouden. Abonnementen op het openbaar vervoer zouden volledig door de werkgever moeten worden terugbetaald om een alternatieve mobiliteit te stimuleren.

De bedrijfswagen draagt bij aan de vergroening van het wagenpark

Lijnrecht tegenover al die meningen kiest de cdH voor het behoud van het systeem van bedrijfswagens. “Maar de bedoeling is wel om de minst vervuilende auto’s fiscaal aantrekkelijk te maken,” zo zeggen de humanisten. Deze aanpak zou het wagenpark sneller moeten helpen vergroenen. Tegelijk wil de cdH een hele reeks stimuli op poten zetten om andere initiatieven te bevoordelen, zoals thuiswerken, autodelen of een meer intensief gebruik van het openbaar vervoer.

De MR heeft als regeringspartij de voorbije 5 jaar bijgedragen aan de invoering van twee belangrijke maatregelen, namelijk het “Cash for car” – dat eigenlijk nauwelijks wordt gebruikt – en het heel recente mobiliteitsbudget. De partij van de eerste minister in lopende zaken wil werknemers dus de mogelijkheid blijven geven om zelf te kiezen hoe ze hun professionele verplaatsingen organiseren. Voor de liberalen moet de Ecoscore worden gebruikt om enkel de minst vervuilende bedrijfswagens aantrekkelijk te maken.