Niet minder dan vijftien nieuwe elektrische modellen doen in 2020 en in het eerste semester van 2021 hun intrede, aangevuld met een nog hoger aantal plug-invarianten. Vandaag al raad ik elke fleetmanager aan om in samenwerking met de HR- en facility-verantwoordelijke de contouren uit te tekenen voor de introductie van elektrische voertuigen binnen de huidige vloot en vooraf een correcte Total Cost of Ownership-simulatie te laten berekenen.

De opname van elektrische voertuigen binnen een bestaande vloot betekent in de praktijk veel meer dan een louter aankoop- en leveringsproces. De optimale keuze en exploitatie van de bijbehorende infrastructuur en de juiste pricing van de laadbeurten vormt een belangrijk aandachtspunt. Voor veel bedrijven betekent dit een leerproces. Enkel voor de laadbeurten kunnen we minstens vier prijsvariabelen onderscheiden : thuisladen (eventueel met dubbele teller of ondersteund door zonnepanelen en thuisbatterijen), het laden op het werk (tegen een voordeling KMO of industrieel tarief), het laden aan klassieke publieke laadpalen en het snelladen aan specifieke stations. De uiteindelijke prijs kan variëren tussen factor 1 en 10.

Vandaag bestaat een gunstige fiscaliteit voor elektrische voertuigen die wellicht in de nabije toekomst zal worden verdergezet, al was het maar om constructeurs de kans te geven om in de periode 2020-2021 voor hun gemiddelde vloot de 95 gram CO2-uitstoot te bereiken. Het is te verwachten dat klassieke motorisaties in de toekomst zwaarder zullen belast worden.

Recent keurde de Vlaamse regering ook een premiestelsel voor thuisbatterijen goed.

De juiste TCO-aanpak

In ons voorbeeld vergelijken we op basis van reële offertes een Tesla model 3 met een BMW 320 diesel. Voor de vergelijking gebruikten wij de Car Cost Advisor van Eurofleet waarvan het fiscale luik wordt ondersteund door Mobilitas. De vergelijking houdt rekening met alle relevante belastingen waaronder BIV, verkeersbelasting en CO2-bijdrage. We houden tevens rekening met de belastingverhoging in de vennootschapsbelasting als gevolg van de verworpen uitgaven en dit met de gewijzigde aftrekbaarheden die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2020.

Voor de Tesla werd tevens rekening gehouden met de bijkomende kosten van de aanschaf en installatie van een wallbox bij de particuliere gebruiker (3.208,80 euro bruto incl. 65 procent niet-recupereerbare BTW en incl. de aanpassing van de elektrische installatie en leidingen van de thuisinstallatie voor een hoogst mogelijke oplaadsnelheid. In het geval van een Tesla 3 is dit 11 kW of 46 tot 65 kilometer per uur. Deze kost wordt over de looptijd van het contract volledig afgeschreven. Met de kostprijs van de laadinfrastructuur bij het bedrijf wordt geen rekening gehouden.

Inzake brandstofkosten hebben wij rekening gehouden met een normale rijstijl. Voor de BMW 320d werd het normverbruik van theoretisch 4,4 liter aangepast naar een realistischer verbruik van 5,1 liter en een dieselprijs van 1,40 euro/liter inclusief 65 procent niet-recupereerbare BTW. V oor de Tesla werd rekening gehouden met een verbruik van 20 kWh/100 km en een gemiddelde elektriciteitsprijs van 0,22 euro/kWh inclusief 65 procent niet-recupereerbare BTW.

Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat wij wensen te weten of de forse meerprijs (in aankoop of leasing) van een elektrisch voertuig door de veel gunstigere fiscaliteit kan worden gecompenseerd. De Tesla is bijvoorbeeld vanaf 2020 voor 100 procent aftrekbaar inclusief brandstof, de BMW slechts voor 62 procent, ook inclusief brandstof. In dit voorbeeld wordt de maandelijkse extra kost in leasing van de Tesla (200,07 euro) niet volledig gecompenseerd door de lagere fiscaliteit maar het verschil is toch minimaal.

De meerkost ten op zichte van de BMW 320d bedraagt in ons voorbeeld slechts 11,76 euro. Interessant om te weten is dat zonder de kost van de wallbox de Tesla 3 goedkoper is in TCO dan de BMW 320d.

Conclusie : elektrische voertuigen vergelijken met fossiele voertuigen vraagt een bijzondere kennis van de fiscaliteit en een specifieke aanpak van de brandstofpricing. Het is daarom belangrijk om de juiste berekeningstool ter beschikking te hebben. Dezelfde redenering geldt overigens voor plug-inhybrides.

Ontdek het TCO-berekening op PP 21-23