link2fleet bracht Daniel Debrouwer – EuroFleet Consult – en Michel Martens – director research & public policy bij FEBIAC – als experten samen voor het eerste debat.

Michel Martens

Michel Martens wees op de snel wijzigende autofiscaliteit die strenger en groener wordt, zeker wanneer vanaf 2021 hoogstwaarschijnlijk de uitstootwaarden volgens WLTP en niet langer volgens NEDC 2.0 verrekend worden.

De impact van de CO2-uitstoot neemt enorm toe in de periode 2019 – 2021, beklemtoonde ook Daniel Debrouwer. Een auto die vandaag nog 75% fiscale aftrekbaarheid geniet, zal in 2021 terugvallen tot 57%. Voor een gemiddelde wagen zal de gehanteerde CO2-waarde maandelijks een meerkost van 10 euro veroorzaken, terwijl de TCO met 24 euro/maand zal stijgen. In plaats van de TCO in de gaten te houden, wordt de dynamische TCO het nieuwe criterium. Dat laatste kan voordelig uitdraaien voor sommige hybrides, die weliswaar een hogere aankoopprijs hebben, maar door hun gunstige CO2-uitstoot finaal voordeel bieden.

Daniel Debrouwer

De verkiezingen hebben aangetoond dat raken aan de bedrijfswagen niet getolereerd wordt door het publiek, benadrukte Michel Martens. Bovendien helpt de bedrijfswagen de CO2-doelstellingen (2020 en 2030) te behalen, doordat de wagens gemiddeld om de 4 jaar vernieuwd worden en aan de nieuwste en dus strengste milieunormen voldoen, dit tegenover privéwagens die gemiddeld 10 jaar worden gereden. Bedrijfswagens dragen in belangrijke mate bij tot het vergroenen van het totale wagenpark. Vergeten we evenmin dat het afschaffen van bedrijfswagens de auto niet uitsluit. Velen zullen dan noodgedwongen privé een wagen bezitten die vervuilender is dan de ingeleverde bedrijfswagen.

De politiek en de media pleiten voor minder autogebruik, maar er is een grote stilzwijgende massa gebruikers die de auto absoluut nodig hebben. We stellen vast dat er bij jongeren (≤ 25 jaar) een lagere en latere interesse is voor de auto, maar nadien komt de auto zeker in beeld, besluit Michel Martens.

Mobiliteitsbudget: ‘een monster van Loch Ness’

Er wordt al geruime tijd gepleit voor multimodaal vervoer en het dit jaar ingevoerde mobiliteitsbudget zou daartoe een extra stimulans moeten bieden. Toch blijkt het in de praktijk niet zo vlot te lopen. Als experten gaven Frank Van Gool – Algemeen Directeur Renta – en Frédéric Pairoux – Mobility Manager en Milieuconsulent bij de RTBF, Fleet Owner of the Year 2018 – hun visie op de materie.

Frank Van Gool ziet het mobiliteitsbudget als een stap in de goede richting voor het maken van de omslag naar multimodale keuzes, maar het had ook beter gekund. De overstap naar een elektrische auto (pijler 1 voorziet in een kleinere en/of duurzame auto) verloopt moeilijk door de hoge catalogusprijs t.o.v. auto’s met verbrandingsmotor. De mogelijkheid tot opname in cash (pijler 3) is niet bevorderlijk voor multimodale vervoerkeuzes.

Frank Van Gool

Voor Frédéric Pairoux blijft de auto ontegensprekelijk deel uitmaken van de multimodale keuzes. Hij ziet het mobiliteitsbudget als ‘een monster van Loch Ness’, omdat de fiscale regelgeving voor de verschillende componenten zo onduidelijk is, terwijl dat voor de auto vele jaren wel strikt was vastgelegd.

Het mobiliteitsbudget kan het aantal met de auto gereden kilometers doen dalen en verleggen naar andere transportmodi, aldus Frank Van Gool. Vandaag zijn er heel wat startups rond mobiliteit. Er zal niet één enkele partij zaligmakend zijn, maar partnerships en integratie dringen zich op.

Frédéric Pairoux ziet de vermenigvuldiging van het aantal mobiliteitsleveranciers als positief, vooral wanneer ze focussen op één oplossing als bv. deelscooters of steps. Maar er ontstaat ook veel verwarring door het overaanbod. Concentratie in een praktisch bruikbaar mobiliteitspakket is zeker nodig.

Frédéric Pairoux

Frank Van Gool pleit tevens voor een eerlijker fiscaliteit in relatie tot het gebruik. Het uitsluiten van de bedrijfsauto is volstrekt niet acceptabel. De bereidheid om de auto te combineren met andere mobiliteitsoplossingen moet verder aangewakkerd worden. 

Toekomst van de professionele mobiliteit: investeer eerst in infrastructuur

Hoe zal onze mobiliteit er morgen uitzien? Dat was de vraag die werd voorgelegd aan de experten Jan Borré – stichter van Via Mobile – en Philippe Dehennin – president FEBIAC.

Jan Borré benadrukte dat België een land is met hoge densiteit en veel transitverkeer. Dat laatste wordt amper belast, brengt een grote CO2-belasting met zich mee, veroorzaakt ook veel schade aan ons wegennet en zet de verkeersveiligheid onder druk.

Jan Borré

Er moet dringend werk gemaakt worden van het bestrijden van de verkeerscongestie door het investeren in infrastructuur, stelt Philippe Dehennin vast. Door chronisch onder-investeren hebben we 30 miljard achterstand opgelopen t.o.v. Nederland. In het verleden werd 5,5% van ons BNP geïnvesteerd in wegeninfrastructuur; vandaag nog amper 2,24% en dat gaat dan vooral naar oplapwerken. Zoals we nu bezig zijn hebben we 30 jaar nodig om de achterstand in te lopen, terwijl de autosector jaarlijks 20,7 miljard euro bijdraagt aan de staatskas en mobiliteit essentieel is voor een bloeiende economie.

Autonoom rijdende auto’s zullen zeker nog 5 jaar nodig hebben om zichtbaar in het verkeer te verschijnen, verwacht Jan Borré. Ze zullen de files doen afnemen en het aantal ongevallen terugdringen. Er is een statengeneraal nodig om een visie en planning voor de komende 15 tot 20 jaar uit te werken, een visie die de combinatie van mobiliteitsoplossingen insluit.

Zolang de bedrijfswagen een looncomponent is, is het uitgesloten hier aan te raken. Het (fiscaal) ondersteunen van telewerk, het optimaliseren van P+R, het aanmoedigen van fietsleasing… zijn opties om de gewenste verandering in een stroomversnelling te brengen.

Philippe Dehennin stelt vast dat de auto-industrie massaal investeert in milieuvriendelijke en veiligere producten. De files zijn de grootste vijand van de auto en moeten dus aangepast worden. Oplossingen hiervoor zijn investeren in de infrastructuur en de intelligente auto. Maar ook de gebruiker moet intelligenter omgaan met de auto, vooraf nadenken of de auto het meest aangewezen vervoersmiddel is voor een bepaalde verplaatsing.

Philippe Dehennin

De mobiliteitsnoden voor morgen moeten ontward worden om er concrete antwoorden op te geven. Doorstroming van het verkeer is daarbij cruciaal!