“Het afgelopen jaar stelden we vast dat de vraag naar korte termijn verhuur sterk toenam. We vroeger ons af of dit een tijdelijk fenomeen was, waarbij fleet managers op zoek gingen naar flexibelere mobiliteitsoplossingen in de onzekere coronatijden. Het onderzoek toont echter aan dat de huurwagen de grote vraag naar bedrijfswagens tegemoetkomt, die ten gevolge van het tekort aan semi-conductoren met langere levertijden te kampen hebben.” zegt Tina Gysen, Manager Corporate Mobility Services bij Alphabet.

Het aandeel van de huurwagens in een vloot is nog steeds beperkt.  1 op 5 van de Belgische bedrijven zegt minstens één korte termijn leasewagen in zijn vloot te hebben. Dit aandeel is groter naarmate de vlootomvang stijgt: 27% bij een middelgrote vloot (11 tot 50 wagens) en 43% bij grote vloten (meer dan 50 wagens). 7 op de 10 bedrijven die huurwagens in de vloot hebben, hebben minder dan 5 huurcontracten.

Vlootbeheerders bedenken creatieve manieren om de lange levertijden van nieuwe wagens op te vangen. Naast huren voor een korte termijn, wordt er gekeken naar de verlenging van bestaande leasecontracten, het doorgeven van wagens die het einde van hun looptijd nog niet bereikt hebben en de aanschaf van jonge occasies op de tweedehandsmarkt. Er wordt meestal overgegaan tot korte termijn verhuur als er meer mensen in dienst komen dan dat er mensen uit dienst treden en er bijgevolg geen wagens meer op de parking staan.

 

Gediversifieerde mobiliteit

In dit onderzoek werd ook gepeild naar de grootste uitdagingen voor fleet managers. Zij geven aan dat de overstap van een beleid waarin de wagen centraal stond naar een gebalanceerde mobiliteitsmix één van hun grootste uitdagingen is. Hierbij dient de nodige zorg en aandacht besteed worden aan:

 

  • War for talent: een goede mobiliteitsmix draagt bij tot het aantrekken van het juiste talent voor het bedrijf.
  • Duurzaamheid: de wil om over te stappen naar de elektrische wagen gaat sneller dan geanticipeerd.
  • Het hybride werken: de shift naar meer thuiswerk heeft een invloed op hoe flexibel mobiliteit geregeld moet worden
  • De generatiekloof: jongeren hebben andere mobiliteitsbehoeften en willen niet per sé een wagen.

 

“Ondanks de overstap naar een meer gediversifieerd mobiliteitsaanbod, blijft de wagen een centrale rol spelen omwille van zijn emotionele waarde voor de werknemer maar ook door de geografische ligging van het bedrijf dat soms niet te bereiken is met andere mobiliteitsoplossingen. We merken ook dat niet alle bedrijven even snel de transitie maken naar die gediversifieerde mobiliteit en dat ze daarbij ook nog heel veel vragen hebben. Tegelijkertijd moeten ze een breder aanbod hebben om tegemoet te komen aan de noden van de nieuwe werknemer om het juiste talent aan te trekken,” zegt Bart Cornu, Sales & Marketing Director bij Alphabet.

In de gediversifieerde mobiliteitsmix is het aandeel van de deelwagen echter nog steeds beperkt. 22% van de ondervraagden zegt minstens één poolwagen in het wagenpark te hebben. Weerom is het aantal groter naarmate de omvang van het wagenpark: 29% bij middelgrote vloten en 31% bij grote vloten. 78% zegt minder dan 5 contracten voor poolwagens te hebben. Het beheer van de deelwagen nemen ze grotendeels in eigen handen, via eenvoudige tools (reservatie in outlook, Excel lijst) die misschien niet optimaal zijn maar goed genoeg. Verder zegt 95% niet geïnteresseerd te zijn in het uitbesteden van het beheer van deze deelwagens.

Het onderzoek werd uitgevoerd op de Belgische markt waarbij 260 fleet managers van kleine, middelgrote en grote ondernemingen bevraagd werden. Het onderzoek, met een kwantitatieve en kwalitatieve component, werd uitgevoerd tussen eind oktober en begin december 2021.