Auto is nog altijd koning van het woon-werkverkeer 

Welk vervoersmiddel gebruiken medewerkers om naar hun werk te pendelen? Niet verwonderlijk is dat vooral de (eigen) auto. 72% van de Belgen komt met de wagen naar het werk. Vooral dan met de eigen wagen (56%) of de bedrijfswagen (14%), maar ook de deelauto en carpooling worden beperkt ingezet. Franse medewerkers gebruiken de auto het meest (75%), terwijl Nederlandse en Engelse werknemers de auto het minst gebruiken om te pendelen (64 en 65%). Samen met Duitsland zit België dus in de middenmoot.

 Andere vervoersmiddelen die Belgen voor het woon-werkverkeer gebruiken zijn het openbaar vervoer (21%) en de fiets (21%). Bijna één op de tien gaat te voet (9%). Nederlanders en Belgen nemen het vaakst de fiets: maar liefst 39% van de Nederlanders trapt naar het werk, de Belgen komen op de  tweede plek, weliswaar op een behoorlijke afstand (21%). Wel kiezen Belgen naar verhouding sneller voor een e-bike om naar het werk te pendelen: 6% (op het totaal van 21%), terwijl dat bij Nederlanders relatief lager ligt, met 8% op een totaal van 39% fietsers (VISUAL: zie bijlage 1). “E-bikes zijn in België bijna even populair als in fietsland Nederland voor woon-werkverplaatsing. De (para)fiscaal gunstige fietsvergoeding opentrekken naar de snelle e-bike geeft een extra duwtje in de rug”, zegt Veerle Michiels, mobiliteitsexperte bij SD Worx. Ter vergelijking: het openbaar vervoer wordt het meest gebruikt in het Verenigd Koninkrijk (30%) en Duitsland (27%). 

Pendelen = tijd goed besteed? 

Gemiddeld legt de Belg 43,3 km per dag af om van en naar het werk te reizen. Dat is significant meer dan tien jaar geleden; toen werd er gemiddeld ‘slechts’ 34,1 km per dag afgelegd.

Ook het aantal pendelminuten van de Belg is in tien jaar sterk toegenomen. Meer dan vier op de tien (43%) Belgische pendelaars besteden dagelijks minstens een uur aan hun rit naar en van het werk. Bijna een kwart (23,6%) besteedt meer dan anderhalf uur per dag: we komen daarmee quasi gelijk met de Nederlanders (24,6%).

Gemiddeld brengt de Belg zo’n 77 minuten door op de baan, dat is bijna 17 minuten meer dan tien jaar geleden.

30% van de Belgische pendelaars ervaart de woon-werkverplaatsing als een slecht gebruik van hun tijd. Pendelaars in Duitsland hebben dit gevoel het sterkst (34%), gevolgd door Frankrijk (31%). In het Verenigd Koninkrijk (19%) en Nederland (20%) voelen pendelaars deze frustratie het minst.

Duurzame alternatieven: werk aan de winkel 

Eén op drie van de Belgische werknemers geeft aan dat hun woon-werkverplaatsing geen goede ecologische voetafdruk heeft (VISUAL: zie bijlage 2). Toch ziet Veerle Michiels van SD Worx een positieve evolutie bij de Belgen.

“Hoewel de auto in België nog steeds het belangrijkste vervoermiddel is voor het woon-werkverkeer, is het een positieve vaststelling dat een deel van de pendelaars kiezen voor meer duurzame alternatieven zoals het openbaar vervoer, de fiets of te voet naar het werk gaan,” zegt Veerle Michiels. “Dankzij de technologie en een shift naar meer flexibiliteit, werken steeds meer werknemers geregeld van thuis uit of in satellietkantoren. Wel opvallend is dat bijna de helft van de Belgen aanduidt dat de wagen de enige beschikbare optie is. Er is dus nog veel werk aan de winkel om de alternatieven beter uit te bouwen. In Brussel staat ‘metro, tram en bus’ op nummer twee, maar dat is ook het enige gewest. Ook de multimodaliteit of het combineren van meerdere trasportmodi blijft nog beperkt.” Veerle Michiels vervolgt: “Hopelijk kan het in maart gelanceerde mobiliteitsbudget hier voor een kentering zorgen. Via de systematiek van flexibel verlonen bestaat er al een soort van mobiliteitsbudget ‘avant-la-lettre’: werknemers krijgen een budget ter beschikking waarmee ze hun mobiliteitsbehoeften anders kunnen invullen. We stellen een toename vast van gecombineerde mobiliteit, dus we denken dat het mobiliteitsbudget hier zeker ook zal toe bijdragen.” 

Woon-werkverplaatsing niet bepalend voor de werk- of thuislocatie 

Hoewel Belgische pendelaars veel tijd besteden aan woon-werkverkeer, hebben tijd en afstand weinig invloed op de werklocatie of woonplaats. Hoewel 56% van de Belgische pendelaars meer dan 20 km aflegt, zou 85% van hen waarschijnlijk niet van werk veranderen omwille van hun woon-werkverplaatsing. Belgische pendelaars zijn ook amper geneigd om te verhuizen omwille van hun verplaatsing naar het werk: slechts 6% zou dit overwegen. Werknemers in Nederland zijn met 11% nog het meest geneigd om te verhuizen omwille van hun woon-werkverplaatsing.