Voordeel alle aard

Laat ons starten met het voordeel alle aard (VAA). Over het gebruik van een bedrijfsfiets moet geen VAA worden betaald. Deze fiscale vrijstelling geldt enkel indien de bedrijfsfiets wordt ingezet voor woon-werkverkeer. Enkel in geval van uitsluitend privégebruik is een voordeel van alle aard te betalen. Dit voordeel wordt berekend op basis van de werkelijke waarde van de bedrijfsfiets  Deze fiscale regel geldt zowel voor stadsfietsen als voor plooifietsen, mountainbikes, speedpedelecs en racefietsen. Dezelfde regel geldt ook wanneer de fiets gekoppeld is aan een bedrijfswagen of in het kader van de tweede pijler van het mobiliteitsbudget. Dat maakt de rekening dus interessant voor de werknemer die de fiets mag gebruiken. Opgelet : als de door de werkgever aangeboden fietsuitsluitend wordt ingezet voor privédoeleinden, dan moet de werknemer wel een voordeel van alle aard betalen.

RSZ-bijdragen

Het privégebruik van bedrijfsfietsen is sinds 1 januari 2017 met terugwerkende kracht niet langer onderworpen aan sociale bijdragen. Indien een medewerkers over een bedrijfsfiets beschikt voor zijn of haar woon-werkverkeer, geldt dat niet langer als een loonvoordeel. Op de bedrijfsfiets moeten dus in dat geval geen RSZ-bijdragen betaald worden. Opgelet: indien een werknemer zijn of haar bedrijfsfiets uitsluitend gebruikt voor privéverplaatsingen (en dus niet voor woon-werkverkeer), wordt de fiets wel beschouwd als een loonvoordeel en moeten er klassieke RSZ-bijdragen (patronale en werknemer) worden betaald.

Fietsvergoeding

Voor ritten die de werknemer met zijn bedrijfsfiets rijdt voor woon-werkverkeer mag zijn werkgevereen kilometervergoeding uitbetalen. Ook die vergoeding is vrijgesteld van belastingen en RZS-bijdragen tot een maximum van 0,24 euro/kilometer (tarief geldig voor het jaar 2019). De RSZ heeft hierover onlangs haar richtlijnen aangepast. Deze fiscale en sociale vrijstelling geldt zowel voor werknemer als werkgever. Voor die vrijstelling geldt geen maximumbedrag of maximaal aantal kilometers. Dezelfde regel geldt ook in het kader van de tweede pijler van het mobiliteitsbudget.

Fiscale aftrekbaarheid

Ook voor de werkgever geldt een aantrekkelijke fiscale aftrekbaarheid van de kosten die gepaard gaan met de integratie van de fiets in het bedrijf. Zowel de inrichting van een kleed- en doucheruimte of een fietsparking, de aankoop van de fiets, de onderhouds- en herstelkosten of de aankoop van accessoires zijn tegen 120 procent aftrekbaar op voorwaarde dat de fiets op zijn minst wordt gebruikt voor woon-werkverkeer. Let wel: vanaf 1 januari 2020 wordt dit percentage verlaagd naar 100 procent. Wordt de bedrijfsfiets niet aangekocht maar geleased (buiten balans) dan geldt ook reeds in 2019 een maximale fiscale aftrekbaarheid voor deze leasingkosten van 100%.

Btw

De aftrekbaarheid van de btw wordt bepaald door het gebruik van de fiets. Zo is de btw enkel aftrekbaar voor het gedeelte zuiver beroepsgebruik ervan. De btw kan dus niet worden afgetrokkenvoor het gedeelte privéverplaatsingen en voor het gedeelte woon-werkverkeer met de tweewieler. Indien er zuiver beroepsgebruik is van de bedrijfsfiets, is aan te raden elke verplaatsing te noteren in een excel-fiche of via een specifieke app. Omdat bedrijfsfietsen in de meeste gevallen enkel gebruikt worden voor woon-werk en privéverplaatsingen is de btw voor deze bedrijfsfietsen uiteindelijk helemaal niet aftrekbaar.

Michel Willems

MOBILITAS