Bestuurdersprofiel

Voor we een duidelijk profiel kunnen opmaken van de gebruiker van een hybride wagen moeten we eerst een onderscheid maken tussen ‘milde hybrides’ (mHEV) of ‘full hybrides’ (HEV). Het eerste systeem bestaat uit een hulpbatterij en een versterkte alternator-starter die gewoon de verbrandingsmotor ondersteunt wanneer hij aan lage toerentallen rijdt. Zijn eigenschappen zijn dus vrij vergelijkbaar met die van een benzinemotor, maar het verbruik ligt wel zo’n 15 procent lager.

Bij een full hybride is het vermogen van de elektromotor voldoende hoog om de wagen alleen aan te drijven in bepaalde fases van zeer lage belasting, in de stad of bij stabiele snelheden op open wegen. Dit type motor richt zich hoofdzakelijk op bestuurders die de meeste van hun trajecten onder dergelijke omstandigheden rijden. Daar kunnen ze dan flink wat brandstof besparen in vergelijking met een gelijkwaardige benzinemotor. Maar terwijl de batterij niet moet worden opgeladen aan een stopcontact (ze laadt zichzelf op tijdens het rijden), maakt haar bescheiden opslagcapaciteit dat een hybride hooguit een paar kilometer puur elektrisch kan rijden.

 

Statistieken

Vreemd genoeg wordt het groeiende aanbod aan hybride modellen op de markt van de voorbije maanden niet weerspiegeld in hun inschrijvingscijfers. In 2019 waren ze met 17.492 exemplaren goed voor 3,1 procent marktaandeel, maar in 2020 is dat nauwelijks toegenomen: eind oktober waren ze door hun 14.202 inschrijvingen goed voor 3,8 procent van de markt. Gezien een fiscaliteit die steeds meer op de CO2-uitstoot is afgestemd en de massale komst van nieuwe modellen lijdt het echter geen twijfel dat hybrides de komende jaren een groter marktaandeel zullen veroveren.

 

Fiscale kant