In 2018 werd het ‘Mobility Plan’ ingevoerd, een verrijking van het cafetariaplan met nieuwe keuzeopties. “Ons mobiliteitsplan neemt de 13e maand mee in het jaarbudget en voorziet in bijkomende mobiliteitsoplossingen en incentives” geeft Peter Van de Velde, Mobility Manager & HR Process Manager bij KPMG, aan. “Onze doelstelling is om meer flexibiliteit te implementeren met meer mobiliteitsoplossingen en incentives op te nemen die het gebruik van alternatieve transportmiddelen stimuleren. Wij streven ernaar dit budgetneutraal door te voeren, zonder of met een minimum aan bijkomende administratieve belasting”.

De extra opgenomen mobiliteitsoplossingen zijn ‘Olympus’, een app waarmee openbaar vervoer, deelfietsen, deelauto’s en stationsparkings kunnen afgerekend worden, evenals fietsleasing via ‘Cyclis’. “Veel van onze werknemers kiezen voor het combineren van verschillende mobiliteitsoplossingen uit de voorgestelde keuzewaaier” stelt Peter Van de Velde vast.

Verandering stimuleren

Peter Van de Velde

Om de KPMG-medewerkers aan te zetten tot multimodale mobiliteit is er een pakket maatregelen uitgewerkt. Na onderhandeling met de vervoersmaatschappijen zijn er proefabonnementen voor één maand treingebruik, een week busgebruik (De Lijn) en 10 ritten naar de luchthaven waar het KPMG-hoofdkantoor is gevestigd (MIVB).

Wie ingaat op het voorstel om het openbaar vervoer te gebruiken via de ‘Olympus’-app, kan tot 269 euro verdienen. Andere incentives zijn 5 euro/dag voor het gebruik van openbaar vervoer, 2,5 euro/dag voor wie aan car pooling doet en een fietsvergoeding van 0,24 euro/km.

Verandering werkt

Er werden 343 proefabonnementen opgevraagd, waarna 270 KPMG-medewerkers kozen voor gebruik van de ‘Olympus’-app, 52 een abonnement voor openbaar vervoer bestelden en 41 opteerden voor fietsleasing.

“In totaal bespaarden we 2 miljoen kilomeers op het normale autogebruik” concludeert Peter Van de Velde tevreden. “We blijven onderzoeken in hoeverre het per 1 maart ingevoerde mobiliteitsbudget nuttig kan zijn om te integreren in ons cafetariaplan en blijven ons openstellen voor bijkomende alternatieven en oplossingen”.