Bart Vanham, Managing Partner Fleet 360, opende met mogelijke aanleidingen om ‘unbundling’ te overwegen:

  • Een groot volume wagens in de vloot, wat aankoopkracht biedt aan de organisatie.
  • Er is intern voldoende kennis en stabiliteit om het beheer van de ‘unbundled’ kostencomponenten te verzekeren.
  • Men beschikt over de nodige software om de opvolging/rapportering voor alle kostencomponenten te verzekeren.
  • Vanuit het bedrijf heeft men voldoende onderhandelingstalent om betere prijzen te negotiëren voor de verschillende kostencomponenten zonder in te boeten aan service.
  • Er is geen gevaar voor discontinuïteit van het vlootbeheer bij overschakeling van een all-in leasecontract naar een ‘unbundled’-formule.

De meest populaire kostencomponenten om uit het alles omvattende leasecontract te halen zijn:

  • Verzekeringen
  • Brandstof
  • Vervangwagen
  • Pechverhelping / assistance

Bart Vanham stelt binnen fleet management een aantal trends vast die aanleiding kunnen zijn om bundling van leasecontracten in overweging te nemen: de evolutie van fleet naar mobility management, de focus op de TCO van de voertuigen, de autofiscaliteit, de opmars van het mobiliteitsbudget, de elektrificatie van de wagenparken en de ‘war for talent’.

Algemeen ziet hij dat kleinere vloten blijven kiezen voor het gemak van ontzorgen door een alles omvattend contract van leasemaatschappijen, terwijl unbundling bij grote vloten meer gebruikelijk is. “Er is zeker geen unieke oplossing voor allen”, benadrukt hij. Vaak worden offertes van leasemaatschappijen ook tegenover elkaar uitgespeeld. ‘Grote vloten’ zijn ook niet precies gedefinieerd, maar reken toch al gauw met 150 à 200 wagens en meer…

 

Vier maal anders

1- Single sourcing & bundling

Dit is typisch het all-in contract met een leasemaatschappij en vertoont een stijgende tendens. Het staat voor ontzorgen en gemak.

De contractant is wel afhankelijk van één partner. De verwachte kwaliteit kan beveiligd worden via KPI’s. De competitiviteit van de prijs laat zich controleren door benchmarking.

2- Single sourcing & unbundling

Waarschijnlijk zal deze formule in de toekomst de bovenhand halen. Men gaat een partnerschap aan met andere partijen dan de leasemaatschappij voor bepaalde kostencomponenten. In eerste instantie komen verzekeringen en laadinfrastructuur voor geëlektrificeerde voertuigen in aanmerking. De contractant kan tevens snel inspelen op een aanbod van pioniers op het vlak van mobiliteitsoplossingen.

De keuze voor Single sourcing & unbundling maakt de aankoopprocessen complexer. De geconsolideerde rapportering van alle kostencomponenten kan in het gedrang komen.

Deze formule is vooral interessant bij synergiën met andere delen van het bedrijf, wat in casu bij verzekeringen kan voorkomen.

3- Multiple sourcing & bundling

Hier ligt het accent op de beste prijs. Veel voorkomend is het in concurrentie plaatsen van twee of meer leasemaatschappijen.

Mogelijke nadelen zijn complexere aankoopprocessen, moeilijkheden bij een geconsolideerde rapportering voor het volledige wagenpark (verspreid over verschillende leasemaatschappijen) en het risico op verschillende prestaties per gebruiker, doordat voertuigen verspreid zitten over leasepartners. Tenslotte moet men zich ook bewust zijn dat de aankoopkracht verdeeld wordt over twee of meer spelers, waardoor ze per speler verzwakt.

4- Multiple sourcing & unbundling

Deze formule komt enkele in aanmerking voor grote (internationale) vloten. ‘Procurement’ is de initiator en de keuze is maximaal op prijs gericht.

Er is een groot aankoopvolume en interne kennis nodig om effectief een besparing te kunnen realiseren. Het beheer van deze formule brengt een niet geringe administratieve belasting en dus meerkost aan werkkracht met zich mee, een meerkost die minimaal moet gecompenseerd worden, al volstaat dat nog niet om de beoogde besparing te realiseren.

De rapportering is uiterst complex, gezien de vele partijen voor de kostencomponenten.

Multiple sourcing & unbundling was een tijd populair, maar vandaag wordt teruggekeerd naar meer bundling en zelfs single sourcing.

 

Bart Vanham: “Naarmate leasemaatschappijen meer transparantie tonen voor de kostencomponenten, zullen ze er sterker uitkomen, want verkleint de kans dat klanten zich laten verleiden tot unbundling en multi sourcing”.

 

Laadinfrastructuur als drijfveer voor unbundling

Vandaag zijn er vele spelers op de markt voor laadinfrastructuur. Het is een jonge en relatief onstabiele markt. Het is belangrijk om de verwachtingen duidelijk in kaart te brengen en als sturing van de keuze voor een partner te gebruiken. Heel wat vragen komen aan de oppervlakte: bv. hoe staat het met de overdracht van de laadinfrastructuur bij een wissel van leasemaatschappij? Kan één wallbox bij een werknemer thuis gedeeld worden wanneer haar/zijn partner ook een elektrische leasewagen rijdt, maar van een andere leasemaatschappij? Kiezen voor een betrouwbare partner met toekomstzekerheid is een aanrader.

Voor het kiezen van de meest aangewezen formule adviseert Bart Vanham:

  • Breng de doelstellingen en verwachtingen duidelijk in kaart.
  • Evalueer eerlijk de intern aanwezig kennis en beschikbare mankracht voor fleet/mobility management.
  • Wat is het aankoopgewicht van het bedrijf?

In de meeste gevallen zal de uitkomst eerder naar bundling gaan.

 

Verzekeringen in het vizier voor unbundling

Steven Mertens, verzekeringsexpert bij Fleet 360, verduidelijkt waarom verzekeringen de eerste kostencomponent is die in het vizier komt voor unbundling:

  • Verzekeringen nemen 20 à 25% aandeel in de TCO van een voertuig. Dat aandeel zal nog stijgen door de hogere catalogusprijs van elektrische wagens. Bijgevolg ligt hier een besparingspotentieel.
  • Uniformiteit van de verzekerde risico’s
  • Transparantie van de kost voor deze kostencomponent
  • Polissen op maat van het wagenpark.

Steven Mertens: “Men moet zich afvragen waar en voor wat men verzekerd is. Zo kunnen de voorwaarden voor de omniumverzekering sterk verschillen (vb. franchise) en is het niet zeker dat de dekking gelijk is voor alle voertuigen binnen het wagenpark”.

Bijkomende vragen:

  • Hoe ziet het totaalbeeld van het bedrijf eruit tegenover een verzekeringsmaatschappij?
  • Kan ik aan risicospreiding doen bij grotere vloten?
  • Vormt mijn wagenpark en de gebruikers ervan een groot of eerder klein risico?
  • Hoe zal mijn wagenpark evolueren in de toekomst?

Optimalisatie van de kostencomponent verzekeringen kan enkel door analyse en evaluatie van de verzekeringsstructuur in functie tot de verwachte dienstverlening. Belangrijke motivatie voor unbundling is een uniforme dekking voor alle voertuigen en hun gebruikers, alsook transparantie van de kosten. Voor grote vloten is het mogelijk afspraken te maken met secundaire partners als carrosseriebedrijven.

Het is bij unbundling opletten voor kaderovereenkomsten van leasemaatschappijen, die niet altijd de vrijheid toestaan om te unbundelen. Kiezen voor deze aanpak brengt altijd meer interne workload mee voor het bedrijf. Goede werkafspraken met alle partijen zijn een must.

Kiezen voor bundling is ook hier kiezen voor ontzorging. Vooral bij kleinere wagenparken zullen de gebruikelijke leasecontracten aansluiten bij de noden van het bedrijf.

Steven Mertens: “De verzekeringsmarkt wordt strenger en focust op rendabiliteit. Dat laat premies stijgen. Bijkomend is er de transitie naar EV’s met hogere catalogusprijzen, wat impact heeft op de kostencomponent verzekeringen, in het bijzonder op de omniumverzekering. Ook herstelkosten voor EV’s liggen +30% hoger”.

Nog een tip: de laadinfrastructuur voor EV’s heeft geen invloed op de autoverzekering, maar dwingt wel tot aanpassingen van de polis voor de woningverzekering en/of het bedrijfspand.