Ter herinnering : in het regeerakkoord van september 2020 van de huidige federale regering-De Croo werd op pagina 51 reeds melding gemaakt van het principe van CO2 neutrale bedrijfsvoertuigen

tegen 2026. Het regeerakkoord spreekt daarbij van “broeikasvrije” voertuigen. Omdat de regering tot op vandaag hierover nog niet verder had gecommuniceerd werd het volgens de minister tijd om minstens een leidraad bekend te maken. De minister wil immers binnenkort een voorstel aan de voltallige regering voorleggen. Het betreft dus zeker nog geen goedgekeurde wet maar men hoort wel in regeringskringen dat er veel “ambitie” is om die doelstelling na te streven temeer omdat er in datzelfde regeerakkoord ook sprake is onder punt 1.3 van “broeikasvrije verplaatsingen”.

 

Nieuw aangeschafte bedrijfsvoertuigen vanaf 2023

 

Als eerste principe zou gelden dat men de fiscale voordelen voor nieuw aangeschafte bedrijfsvoertuigen vanaf 2023 wenst af te bouwen indien ze niet elektrisch of niet CO2 neutraal zijn. Men spreekt in eerste instantie van de fiscale aftrekbaarheid. Deze zou geleidelijk vanaf 2023 tot 2026 worden afgebouwd voor klassieke verbrandingsmotoren en zou enkel gelden voor nieuw aangeschafte voertuigen vanaf 2023. De facto zouden vanaf 2026 nog enkel elektrische bedrijfsvoertuigen of andere broeikasvrije voertuigen voor 100 procent fiscaal aftrekbaar zijn. Sommige bronnen melden zelfs een regeling die mogelijks tot 2028 zou kunnen uitlopen indien er onvoldoende budgetvriendelijke elektrische modellen op de markt zouden zijn. De nieuwe regeling zou niet gelden voor lopende leasingcontracten. De minister benadrukte dat hij de huidige bestuurders en werkgevers hierdoor rechtszekerheid en voorspelbaarheid wil garanderen. Eén en ander betekent ook dat het nog steeds mogelijk is bedrijfswagens met benzine en diesel motorisaties in de vloot op te nemen, maar dan wel tegen een veel hoger fiscaal tarief. Of de nieuwe maatregel vanaf 2023 ook gevolgen zal hebben op het voordeel alle aard en de CO2 bijdrage is nog niet volledig duidelijk. De twee wetsvoorstellen van CD&V en Open VLD die in 2019 in de Kamer werden ingediend vermelden wel dat met name de CO2 bijdrage geleidelijk maar gevoelig zou worden verhoogd voor niet CO2 neutrale bedrijfsvoertuigen.

 

Aankooppremie particulieren

Over de herinvoering van een aankooppremie voor particulieren die een elektrische voertuig kopen wordt niet gesproken. Dit in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk waar door de gezamenlijke inspanning van de constructeurs en de overheid de premies kunnen oplopen tot 10.000,00 euro.

 

Lichte vrachtwagens

Volgens het voorstel zullen ook lichte vrachtwagens en motorfietsen vanaf 2026 elektrisch of emissievrij moeten zijn om te kunnen genieten van de 100% fiscale aftrekbaarheid. De aftrekbaarheid bij andere motorisaties zou tot 50 procent worden beperkt. Vlaams minister van financiën en begroting, Matthias Diependaele liet einde vorig jaar reeds weten dat hij de fiscale regeling rond lichte vrachtwagens in de nabije toekomst verder wil verstrengen.

 

Laadpalen

Homecharging

De kostprijs van laadinfrastructuur voor homecharging zou volgens het voorstel kunnen genieten van een bijkomende belastingvermindering van 45 procent. Dit zou wel worden gekoppeld aan de voorwaarde dat deze laadinfrastructuur wordt gevoed met groene energie en voorzien is van slimme software die het laadmoment en de laadcyclus kan optimaliseren.

 

Bedrijfslaadpalen

Het voorstel voorziet een fiscale aftrekbaarheid van meer dan 100% voor alle bedrijven. Dit is nu enkel mogelijk voor KMO’s. Die kunnen deze uitgaven voor laadinfrastructuur tot einde 2022 voor 125% fiscaal in aftrek brengen. Ook een versnelde afschrijving zou voor alle vennootschappen moeten mogelijk zijn. Om bedrijven te overtuigen om snel te investeren zou de belastingvermindering wel jaar na jaar worden afgebouwd. Volgens de minister zouden zowel publieke laadpalen als laadpalen op bedrijfsterreinen in aanmerking komen. Aan bedrijven zou wel worden gevraagd om de laadpalen ‘semipubliek’ te maken zodat zij bijv. na de kantooruren ook beschikbaar zijn voor niet-werknemers. Verdere details moeten nog worden uitgewerkt.

 

Uitbreiding mobiliteitsbudget

In het regeerakkoord van 20 september 2020 wordt ook de uitbreiding vermeld van het mobiliteitsbudget voor werknemers die vandaag geen aanspraak kunnen maken op een bedrijfswagen.

De redenering is dat hierdoor het gemiddeld Belgisch wagenpark veel sneller zal vernieuwd worden dan dit bij particulieren het geval is die nog altijd worden afgeschrikt door de hoge prijs van elektrische voertuigen. Dit kan wel een belangrijke boost betekenen voor leasingmaatschappijen. Binnen deze regeling verwacht men binnenkort hierover een meer concreet voorstel.

We benadrukken dat de huidige voorstellen nog geen vaste wetgeving zijn en aan de voltallige regering zullen worden voorgelegd. Wij houden jullie verder op de hoogte.

 

WLTP norm vanaf september 2021  – brandstof voor slechts 50% aftrekbaar voor plug-in hybrides besteld vanaf 2023 – kleine bijsturing mobiliteitsbudget

Intussen zijn meer fiscaal technische details bekend gemaakt ivm de plannen van federaal minister van financiën Vincent Van Peteghem in het kader van de vergroening van de bedrijfswagens.

Wij presenteren de 3 belangrijkste elementen :

 

Algemene invoering van de WLTP-norm vanaf 1 september 2021 voor nieuwe voertuigen

Enkel de WLTP-norm zal gelden in de fiscale formules voor “nieuwe” voertuigen die besteld worden vanaf 1/9/2021.

Deze regel zal ook gelden voor voertuigen waarvoor een leasecontract getekend wordt vanaf 1/9/2021. In de praktijk betekent dit voor de meeste voertuigen wel een lichte belastingverhoging.

 

Klassieke brandstof slechts voor 50% aftrekbaar voor plug-in hybrides besteld vanaf 2023

Nieuwe plug-in hybrides die vanaf 1 januari 2023 worden besteld zullen hun klassieke brandstofkosten voor benzine of diesel slechts voor 50% fiscaal kunnen aftrekken. De kosten voor het laden van elektriciteit zullen wel nog volgens de klassieke formule fiscaal aftrekbaar zijn.

In de praktijk betekent dit bijna altijd tussen 95%  en 100%.

 

Mobiliteitsbudget – kleine aanpassing in pijler 1

Om tegemoet te komen aan de hogere WLTP norm zal voor milieuvriendelijke voertuigen in pijler 1 een maximale uitstoot van 120 gr CO2/km worden toegestaan volgens WLTP i.p.v. van de huidige 95 gr volgens NEDC. Dit kan het aanbod van voertuigen uitbreiden.

Voor zover als nodig herhalen wij dat de voorstellen nog niet werden goedgekeurd binnen de voltallige regering. Wij gaan er wel van uit dat het gros van de maatregelen als aanvaardbaar zal worden bestempeld temeer daar er aan de principes van het voordeel alle aard en de CO2-bijdrage, weliswaar voorlopig, niets wijzigt.  Ook bij MOBIA, de koepelorganisatie van FEBIAC, RENTA en TRAXIO was te horen dat het ontwerp kon gesmaakt worden omdat het rechtszekerheid biedt en omdat het de bestaande vloot fiscaal niet beïnvloedt. Wellicht zal de volgende regering in 2024 nog bijkomende bijsturingen uitvoeren.

Voor de andere elementen in het voorstel verwijzen wij naar ons ander artikel.

 

Tot slot melden wij dat Link2fleet op donderdag 17 juni een Fleetdating Special organiseert rond het thema “ Mission ZERO voor uw bedrijfsvloot in 2026.  Bent u klaar voor de uitdaging ?”

 


Mobia: vergroening bedrijfswagens focust eenzijdig op volledig elektrische wagens

Mobia, de koepelfederatie van Febiac, Traxio en Renta, juicht toe dat er rechtszekerheid wordt geboden en dat er niet wordt geraakt aan de RSZ en het voordeel van alle aard (uitgenomen een beperkte invloed van de overschakeling naar WLTP CO2). Bovendien zal er voor de voertuigen die vandaag rijden volgens dit voorstel geen negatieve financiële impact zijn.
Hoewel onze sector klaar is voor deze transitie, vinden we het echter onbegrijpelijk dat de regering de plug-in hybrides of voertuigen voorzien van andere schone technologieën volledig fiscaal afstraft.

Michel Martens (Febiac): “de autosector investeert in de energietransitie, maar we vragen ons af of alle bestuurders van bedrijfswagens en de overheid zélf klaar zullen zijn.  Er blijven heel wat vraagtekens rond groene stroom, e-netten, uitrol laadinfrastructuur, publieke laadtarieven, de energiefactuur etc. Het is voorbarig om alle eieren nu in de mand te leggen van de volledig elektrisch auto, de deur zou minstens open moeten blijven voor zuinige plug-in hybrids”.

Een gecoördineerd plan met de 3 gewesten over de verdere uitbouw van de laadinfrastructuur dringt zich nu versneld op.

Frank Van Gool (Renta) wijst op de bijkomende fiscale complexiteit. “Voor voertuigen die aangekocht worden voor 1 januari 2023 blijven ook na 2026 de huidige regels gelden, mits toepassing van de WLTP CO2 voor bestellingen geplaatst na 1 september 2021. Maar vanaf dan moet je als ondernemer bijna je boekhouder meenemen naar de autoshowroom om door het fiscale bos de bomen nog te zien. De overgangsregeling is te ingewikkeld. Het is ook niet ‘verboden’ om een niet-elektrische bedrijfswagen aan te kopen vanaf 2026. Nieuwe voertuigen die nog CO2 uitstoten zullen tussen de 10% en 25% netto duurder worden ten opzichte van de huidige fiscaliteit. De vraag of dat voor iedereen in elke situatie duurder zal uitvallen dan een volledig elektrisch voertuig kunnen we nu nog niet beantwoorden omdat we niet alle parameters kennen die in 2026 zullen gelden. Er zal dus nog flink gerekend moeten worden”.

Patrick Piret (Traxio) vult aan: “Ook bestelwagens worden niet gespaard, de aftrekbaarheid van nieuwe voertuigen met CO2 uitstoot valt vanaf 2026 terug tot 50% en dat terwijl we nog geen duidelijk zicht hebben op het aanbod van dat soort voertuigen tegen die tijd. De voorziene tussenkomsten voor laadpalen zijn volgens ons ook ontoereikend en aan te veel voorwaarden gebonden. Zo moet een particulier verplicht groene stroom aankopen als hij van de belastingaftrek gebruik wilt maken en moeten bedrijven hun parkings vrijhouden voor derden die willen komen laden.”

De aanpassingen aan het mobiliteitsbudget zijn welgekomen, maar we denken dat een meer verregaand debat nodig is om deze wetgeving tot een succes te maken. Met name de inpassing in het bredere kader van de cafetariaplannen moet bestudeerd worden.