Voor Mobia is het essentieel dat de gebruiker in het middelpunt van alle mobiliteitsvraagstukken staat. Vandaag is de gebruiker al verward en er moet gegarandeerd worden dat ook de elektrische mobiliteit haalbaar blijft voor alle lagen van de bevolking. Daarom dringt Mobia aan op een realistisch en gecoördineerd plan. 

Dit nieuwe voorstel creëert bijkomende onduidelijkheid en onzekerheid voor zowel bedrijven als particulieren. Het voorstel geldt immers enkel voor Vlaanderen en de agenda stemt niet overeen met die van de Europese Unie, die voorstelt enkel nog de verkoop van wagens met 0 gram CO2 uitstoot toe te laten vanaf 2035. Bovendien is elk voertuig dat in de Europese Unie op de markt wordt gebracht, ongeacht de motor, door de EU gehomologeerd en kan het dus zonder beperkingen in elke Lid-Staat worden verkocht. Wij vragen daarom dat de planning van de Europese Unie op dit vlak wordt gevolgd. 

De automobielsector investeert vandaag al zwaar in de ontwikkeling van voertuigen die onze mobiliteit waarborgen met een steeds lagere CO2-uitstoot, alsook in de elektromobiliteit. Ook de overheden moeten garanderen dat de individuele mobiliteit gewaarborgd blijft in de toekomst. 

 

Prijs 

De algemene prijspariteit van aankoopprijzen tussen elektrische voertuigen en voertuigen met verbrandingsmotor tegen 2025, zoals in verschillende media is verschenen, dient genuanceerd te worden. Voor bepaalde voertuigsegmenten klopt dit in functie van het gebruiksprofiel, maar niemand kan dit momenteel garanderen voor iedere automobilist, in elke situatie. 

Voor particulieren, voor wie de aankoopprijs een bepalende factor blijft, zal de extra investering voor een elektrische wagen (BEV) moeten opgevangen worden. Deze hogere prijs is nu nog voornamelijk te wijten aan de kosten van de grondstoffen voor de productie van batterijen en de kosten van onderzoek en ontwikkeling. 

 

Beschikbaarheid, zeker van elektrische occasiewagens 

Gesteld dat er tegen 2027 voldoende beschikbaarheid is van elektrische wagens voor de volledige nieuwverkoopmarkt, dan stelt zich voor een volledig elektrische occasiemarkt in 2030 zeker wel een probleem. Er zijn (en zullen tegen 2030) te weinig elektrische wagens ingeschreven zijn om te kunnen voldoen aan de toekomstige vraag van de occasiemarkt in 2030 – we herinneren dat de occasiemarkt qua aantal inschrijvingen traditioneel groter is dan de markt van de nieuwe inschrijvingen. Bovendien zal de occasiemarkt volledig ontwricht worden en zullen wagens met een verbrandingsmotor enorm in waarde verliezen waardoor de maatschappelijke impact enorm zal zijn, vooral op de minder vermogenden. 

 

Infrastructuur 

In het kader van een aanzienlijke groei van het aandeel elektrische auto’s (BEV’s) is het belangrijk dat de regionale overheden ervoor zorgen dat ons elektrisch ecosysteem klaar is voor de komst van 2.000.000 oplaadbare voertuigen tegen 2030. Zullen de tarieven betaalbaar zijn, zal de infrastructuur toegankelijk zijn, zullen de elektriciteitsnetten voldoende veerkracht hebben voor deze versnelling van de elektromobiliteit en zal de nodige hoeveelheid energie beschikbaar zijn? In dit kader stelt Mobia ook dat men – net zoals de EU – eerder moet kijken naar koolstofneutraliteit dan naar de engere vertaling in batterij aangedreven elektrische wagens. Men mag andere technologische evoluties niet op voorhand de pas afsnijden. 

 

Harmonisering 

Tot slot vraagt Mobia een volledige harmonisering tussen het Federale niveau en de gewesten waarbij de agenda wordt afgestemd op het Europese ritme. Laat ons werken aan een duidelijke en in de tijd realistisch gespreide agenda. Er moet vermeden worden dat consumenten en bedrijven nog meer in onzekerheid worden gestort want dit is nefast voor zowel de aankoopbeslissing als voor de vergroening van het wagenpark. Onzekerheid leidt immers tot uit- of afstel van aankoop waardoor consumenten langer blijven rondrijden met hun oude voertuig en bijgevolg de vernieuwing én vergroening van het wagenpark wordt geremd.