Dit is enigszins verwonderlijk omdat de mobiliteitsproblematiek in Vlaanderen bijzonder acuut is en het bedrijfsleven dringend concrete maatregelen verwacht om de verkeersstroom vlot te houden. Mobiliteit wordt ook indirect gekoppeld aan klimaatbewustzijn maar er is zoals verwacht geen sprake meer van een kilometerheffing voor personenwagens en er worden ook geen concrete fiscale maatregelen tegen de bedrijfswagen voorzien. De subsidies voor de aanschaf van emissievrije voertuigen zal wel worden behouden. In het algemeen wordt gesproken over een verdere vergroening van het wagenpark en een sterke verlaging van de CO2-uitstoot voor nieuwe voertuigen met een doelstelling van minstens 50% emissievrije voertuigen tegen 2030. Over de vervroegde invoering van de WLTP-norm vanaf 1 juli 2020 i.p.v. 1 januari 2021 wordt niets vermeld. Concreet betekent dit dat veel aangekondigde maatregelen eerder hun uitwerking hebben op middellange termijn. Steden en gemeenten krijgen de mogelijkheid om GAS-boetes voor beperkte snelheidsovertredingen in zone 30 en zone 50 uit te vaardigen en te handhaven met hun eigen infrastructuur.

Inzake openbaar vervoer moet er in de toekomst een gegarandeerde dienstverlening komen bij De Lijn. Een deel van die strategie is De Lijn indirect te verplichten meer lijnen open te stellen voor privé partners en te werken via tenders. Een deel van de busritten zijn al overgeheveld naar de lokale besturen maar nu wil de regering een nog groter deel van de busritten op de private markt plaatsen.

Voor een vlotter verkeer mogen taxi’s en privébussen in de toekomst ook op busbanen rijden. Het budget voor fietspaden verdubbelt en gaat naar 300 miljoen euro per jaar.

Inzake klimaatdoelstellingen vermeldt het Vlaams regeerakkoord dat Vlaanderen de CO2-uitstoot tegen 2050 met 80 procent wil terugdringen. De energie uit zon en wind moet tegen 2030 verdubbelen.

Aangepaste mobiliteitsvisie

Men voorziet dat de mobiliteitsdruk ook de volgende jaren nog zal toenemen. De Vlaamse regering zal daarom fors investeren in maatregelen die erop gericht zijn om burgers en bedrijven vlot te laten overschakelen tussen verschillende vervoersmiddelen via zogenoemde mobiliteitshubs.  Het openbaar vervoer moet groener en efficiënter. Samen met de fiets bieden zij een uitweg uit de file in elke gemeente en stad. 

Met een gegarandeerde dienstverlening, extra aanbod en meer stiptheid wil de Vlaamse regering zorgen voor een betrouwbaar openbaar vervoer. En met een verdubbeling van de investeringen in fietspaden maakt men van de fiets een nog volwaardiger alternatief.  Men blijft ook zwaar investeren in weginfrastructuur naast de alternatieven voor de wagen. De aanschaf van een nieuwe milieuvriendelijke wagen wordt fiscaal aantrekkelijker. 

Bij grote infrastructuurprojecten wil men ervoor zorgen dat het algemeen belang primeert. Het kan niet langer meer dat louter particuliere belangen infrastructuurwerken buitenproportioneel lang tegenhouden. Men wenst verder voluit in te zetten op technologie die de infrastructuur en de voertuigen slimmer maakt.

Globale mobiliteitsmaatregelen

De Vlaamse regering zet in op een verdere afvlakking van de groei van het gemotoriseerde verkeer en streeft een ambitieuze modal shift na, zowel qua personenvervoer als logistiek door verder te bouwen aan een kostenefficiënt en vraaggestuurd openbaarvervoernetwerk en wil verder inzetten op de stijgende trend in de fietsinvesteringen en investeren in alternatieven voor (vracht)wagen. Verder wenst men te bouwen aan een multimodaal mobiliteitssysteem dat de reiziger en verlader overtuigt het meest duurzame vervoersmiddel te gebruiken (mobility as a service). Het gebruik van spoorvervoer, binnenvaart en estuaire vaart blijft men verder stimuleren en faciliteren. Er wordt gezocht naar het verder optimaliseren van de huidige trajecten van de kilometerheffing voor vrachtwagens en men zal onderzoeken of men de levering van onlinewinkels en andere pakketdiensten kan verduurzamen.

Vergroening van het wagenpark

Tenslotte wordt ingezet op een verdere vergroening van het bestaande wagenpark. Vanaf 2030 moeten alle nieuw verkochte personenwagens koolstofarm zijn ( = zeer lage CO2), waarvan minstens de helft volledig emissievrij. In overleg met de federale overheid en de andere Gewesten zal men onderzoeken hoe men de bedrijfswagens versneld kunnen vergroenen. Het verminderen van de CO2-uitstoot van de mobiliteit is hierbij het ultieme doel en niet het stimuleren van een bepaalde technologie. Dit betekent dat alle technologieën en brandstoffen die bijdragen aan een koolstofarmere mobiliteit een plaats kunnen hebben in Vlaanderen. Men zal aan de federale overheid vragen om het bijmengingspercentage voor gedecarboniseerde brandstoffen te verhogen naar 14% in 2030, zoals afgesproken in het ontwerp Nationaal energie- en klimaatplan. 

Laadinfrastructuur 

Men evalueert de uitrol van de (semi) publieke laad- en tankinfrastructuur en breiden de laad- en tankinfrastructuur gericht uit. Voor laadpalen wordt de nadruk gelegd op semipublieke snelladers.  

Openbaar vervoer en dienstvoertuigen van de overheid

Voor De Lijn laat men laat in de nieuwe aankoopprocedures enkel zero-emissiebussen toe. De doelstelling om ten laatste in 2025 de stadskernen enkel nog emissievrij te bedienen blijft onverminderd aangehouden.

Ook de (private) onderaannemers van De Lijn worden hierbij maximaal betrokken. De Vlaamse overheid zal de CO2-emissies ten gevolge van het brandstofverbruik in dienstvoertuigen met 40%  verminderen tegen 2030 ten opzichte van 2005. Daartoe wordt ingezet op het stimuleren van duurzaam mobiliteitsgedrag, het voorkomen van verplaatsingen en het vergroenen van het wagenpark.

Openbare verlichting

Ten laatste tegen 2030 wordt alle openbare verlichting via ledtechnologie gestuurd. Dit zal gebeuren door nauwe samenwerking tussen alle betrokken actoren waarbij bijzondere aandacht gaat naar korte doorlooptijden en kostenefficiëntie. 

De kosten voor het onderhoud van de openbare verlichting worden niet langer doorgerekend via de distributienettarieven.

Bron : Vlaams regeerakkoord 30 september 2019.

Michel Willems

Mobilitas