Acerta, de grootste HR-dienstengroep voor starters, zelfstandigen, werkgevers, boekhouders en accountants, stelde vast dat de auto met 60% van de woon/werkverplaatsingen nog steeds het populairst blijft. Daarna volgt de fiets met 14,6%, terwijl het openbaar vervoer slechts 6% scoort, al is er een toename van het gecombineerd gebruik van bv. openbaar vervoer en fiets. Het gemiddelde dagelijkse traject dat werknemers afleggen bedraagt 20km.

Charlotte Thijs, Legal Consultant bij Acerta verwees naar de grote veranderingen die op komst zijn en het autogebruik zullen beïnvloeden:

  • 12/2021 – stimuli voor het plaatsen van laadinfrastructuur
  • 2023 – slechts 50% fiscale aftrekbaarheid voor auto’s met CO2-uitstoot (dus ook PHEV)
  • 2026 – geen fiscale aftrekbaarheid voor auto’s met CO2-uitstoot (dus ook PHEV)
  • 2026 – ook bestelwagens (LCV) en motorfietsen moeten emissievrij zijn
  • 2030 – 0-emissie
Charlotte Thijs

Als alternatief voor de bedrijfsauto schuift Charlotte Thijs vooral het mobiliteitsbudget vooruit. Twee jaar na de invoering genieten slechts 0,15% van de Belgische werknemers van het mobiliteitsbudget. Heel wat praktische hindernissen kunnen daarvoor een verklaring geven. Zo zijn de uitstootbeperkingen voor de auto in pijler 1 zo streng, dat er weinig budget rest voor pijler 2 en 3. Een voorstel om de CO2-grens op te trekken naar 120g/km ligt op tafel, evenals het afschaffen van de vandaag geldende wachttijden voor werkgevers en werknemers.

Waar het mobiliteitsbudget de werknemers vrije keuze laat voor leaseauto en (lease)fiets, gaat het cafetariaplan nog een stap verder in individueel maatwerk en dat voor elke werknemer.

Acerta benadrukt voor zover nog nodig dat de car policy wordt aangepast tot mobility policy. Hierin moet het volgende gedetailleerd opgenomen worden:

  • Gebruik van de auto / middelen
  • Het keuzeproces en/of de budgettaire mogelijkheden
  • Wat in geval van schade en hoe is de aansprakelijkheid geregeld
  • Hoe is de afhandeling van het einde leasecontract geregeld
  • Hoe wordt er omgegaan met schorsingsgevallen (vb. langdurige ziekte)
Hannelore Van Meldert

Hannelore Van Meldert, Manager Consult bij Acerta, vervolledigt: “Er moet een strategisch mobiliteitsbeleid worden uitgezet, rekening houdend met”:

Externe factoren

  • Wetgeving
  • Arbeidsmarkt
  • Referentiemarkt

Interne factoren

  • Bedrijfswaarden
  • Bedrijfsdoelstellingen
  • Loonbeleid
  • Type profielen die het bedrijf wenst aan te trekken / werkzaamheden
  • Arbeidsorganisatie
  • Ligging van het bedrijf
  • De woon/werktrajecten van de werknemers

 

Implementeren van groene mobiliteit bij EY

Linda Kumps

“De transitie naar groene mobiliteit voor een vloot van 2000 bedrijfsauto’s begon bij EY met het uitwerken van een visie op mobiliteit” blikt Linda Kumps, Facility Manager bij EY, terug. “In 2016 herschreven we onze car policy naar mobility policy met sensibilisering rond de autokeuze. Wie in zijn job evolueert, evolueerde tot dan ook in autocategorie. We hebben in vraag gesteld of die grotere auto wel nodig is”.

Wie akkoord ging met een downsizing ontving ter compensatie ‘flex rewards’ die voor diverse zaken kunnen worden ingewisseld.

“In 2019 introduceerden we ‘Travel by Train’ als stimulans voor multimodale mobiliteit” vervolgt Linda Kumps. “Ook het inleveren van de auto werd mogelijk gemaakt, gecompenseerd door ‘flex rewards’. Sinds 2020 bestellen we voor alle juniors enkel nog Toyota Corolla Hybrid. Tevens werd ‘Travel by Bike’ ingevoerd. Dit jaar zetten we versterkt op elektrificatie van de auto’s”.

De mobility policy bij EY leidde tot:

  • 800 mensen maken gebruik van ‘Travel by Train’
  • 250 medewerkers gingen akkoord met een downsize
  • 50 mensen leverden hun bedrijfsauto in
  • 270 medewerkers rijden een hybride-auto
  • 100 werknemers komen met de fiets

Aan de vergroening van het wagenpark ging een grondige voorbereiding vooraf, waarvoor Stroohm als partner werd aangetrokken. “We onderzochten de impact naar TCO, organiseerden een bevraging naar de bereidheid bij de medewerkers om over te schakelen naar e-mobility, alsook een onderzoek naar de technische beperkingen van onze kantoorgebouwen”.

De bevraging wees uit dat 70% bereid was tot elektrificeren, waarvan 23% een full EV zag zitten. Een vijfde hield vast aan de verbrandingsmotor.

Wat de gebouwenanalyse betreft zijn er volgende aandachtspunten:

  • Looptijd huurcontracten
  • Gebouwen al dan niet gedeeld met andere bedrijven
  • Kosten voor het installeren en aansluiten van de benodigde laadinfrastructuur
  • Eventuele technische beperking voor de elektrische energietoevoer naar de site

Linda Kumps: “Na de mobility policy en de voorbereiding volgde de mobiliteitsstrategie. Bij elektrisch rijden – EV en PHEV – hoort een laadpunt thuis, wordt de energiekost door EY vergoed en meegenomen in de TCO van het voertuig. Volgens de TCO streven we naar een evenwicht tussen de verschillende aandrijftypes. Ook onze senior-level medewerkers worden aangemoedigd tot elektrisch rijden”.

EY koos MobilityPlus als provider voor e-mobility, zodat alles wat laadinfrastructuur en laden bij één partner is ondergebracht.

Sinds april dit jaar lopen er infosessies voor de EY-werknemers. Hierin komt het volgende aan bod:

  • Mobiliteitsvisie van EY
  • Wat houdt e-rijden in / het wegnemen van vooroordelen en tegenwerpingen
  • Hoe gaat het praktisch in zijn werk
  • De voorgestelde keuzelijsten
  • FAQ
  • Waar infopagina’s gevonden kunnen worden voor raadpleging nadien

Linda Kumps besluit: “EY wil al zijn medewerkers een flexibele, persoonlijke en duurzame mobiliteitsoplossing aanbieden. Er wordt nagedacht over het ontkoppelen van e-rijden en de verplichting tot laadmogelijkheid thuis, omdat blijkt dat dit voor 30% van onze mensen niet lukt, terwijl vandaag ongeveer 80% aangeeft wel geëlektrificeerd te willen rijden”.

 

Een duurzaam mobiliteitsbeleid uitzetten

Luc Soubry

Luc Soubry, Business Development Manager bij MobilityPlus, wijst op de vele aspecten van het elektrisch laden en de te voorziene en gebruiken laadinfrastructuur. Een gespecialiseerde partner die alle aspecten overkoepeld is aangewezen.

Niet in het minst spelen de zeer sterk variërende energiekosten, met als richtlijn 12ct voor laden op het werk, 25ct voor laden thuis, maar 75ct en meer voor (snel)laden onderweg! Een voorstudie is dan ook onontbeerlijk om uit te zoeken welke laadinfrastructuur nodig en mogelijk is om de elektrisch rijden te faciliteren tegen een zo gunstig mogelijke kostprijs. “De verdeling van de hoeveelheid geladen elektrische energie per type laadpunt is doorslaggevend voor het totale kostenplaatje” benadrukt Luc Soubry.

De keuze van de laadinfrastructuur verdient ook aandacht: zo is het raadzaam om 22kW laadpalen te kiezen, ook al laat de aansluiting vandaag slechts 3,7kW toe. “Je moet toekomstgericht denken en bij de juiste keuze is een latere softwarematige upgrade mogelijk” verduidelijkt Luc Soubry.

Een ideale laadstrategie moet opgenomen worden in de car/mobility policy en voorziet in een volledig ontzorgend pakket voor de medewerkers thuis. Hier komen volgende aspecten in de spots en dringt een voorafgaande audit zich op:

  • Is laden bij de werknemer thuis mogelijk?
  • Wat houdt de laadoplossing idealiter in?
  • Kan ik de laadoplossing beter kopen of leasen?
  • Hoe worden de energiekosten verrekend tussen werkgever en werknemer?
  • Wordt de werknemer na X-tijd eigenaar van de laadoplossing?
  • Is de werknemer verplicht tot overname van de laadinfrastructuur bij ontslag/vertrek uit het bedrijf en wat is de restwaarde?
  • Wat bij verhuis van de werknemer? Draag ik als werkgever de kosten volledig of gedeeltelijk? Vergoedt ik als werkgever één verhuis over een periode van X-maanden?

 

 

>>> POLLS >>>

Waarom de mobiliteitspolicy aanpassen?

  • 29%    meer duurzaamheid
  • 22%    het verhogen van het imago als werkgever
  • 17%    het verbeteren van werk/privébalans voor de werknemers
  • 11%    kostenbesparing

 

Welke mobiliteitskeuzes zullen het meest populair zijn?

  • 22%    leaseauto
  • 21%    telewerken
  • 17%    glijdende werktijden
  • 13%    openbaar vervoer
  • 12%    leasefiets
  • 5%      cafetariaplan
  • 3%      mobiliteitsbudget

 

Welke werkwijze zal zich na Corona doorzetten?

  • 89%    hybride werken (kantoor + thuiswerk)
  • 51% van de werknemers ziet 2 dagen/week thuiswerken zitten
  • 52,8% wil liefst 3 dagen/week thuiswerken
  • 9%      voltijds terug naar kantoor
  • 2%      voltijds thuiswerken