De eerste reden is – hoe kan het ook anders? – de fiscaliteit. Er is in ons land geen fiscaal kader dat car sharing stimuleert. “Integendeel”, weet onze fiscale expert Michel Willems, “de fiscaliteit zit op slot. In ons land is de bedrijfswagen heel erg vaak een deel van het loon. En dat gegeven staat haaks op het principe van car sharing, waarbij verschillende mensen het gebruik van een auto delen.” Meer algemeen sluit car sharing op dit moment dus nauwelijks aan bij het bestaande werkklimaat en bij de huidige mentaliteit.

Mijn auto, mijn vrijheid

Vooral dat laatste is volgens de fleet-owners in ons expertencomité een belangrijk struikelblok. De meeste mensen delen met (heel veel) tegenzin hun auto omdat ze op hun dagelijkse traject van en naar het werk vaak nog een boodschap willen doen, gaan sporten, de kinderen brengen of afhalen… een eindeloze reeks redenen waarom het erg moeilijk is om praktische afspraken rond car sharing vast te leggen of in een richtinggevend patroon te gieten.

Wat anderzijds wel prima en spontaan lijkt te lukken, is het occasioneel autodelen. Een gemeenschappelijke vergadering, een evenement waarop iedereen aanwezig moet zijn, een gegroepeerd klantenbezoek… Uit de praktijk blijkt dat werknemers dan nauwelijks bezwaar maken om het vervoer gemeenschappelijk te organiseren en gaan ze spontaan over tot autodelen.

Tegelijkertijd merken heel wat vakspecialisten op dat de jongste generatie werknemers aanzienlijk minder een probleem maakt van autodelen. Zij zoeken naar mobiliteit en hoewel mobiliteit a priori een erg individuele invulling krijgt, zijn de ‘jongeren’ veel minder geneigd om een eigen auto te zien als een statusvolle verpersoonlijking van hun individuele bewegingsvrijheid. Voor hun kan autodelen perfect zolang het maar beantwoordt aan hun actuele verplaatsingsbehoeften.

Andere mentaliteit

De onderliggende boodschap is in ieder geval duidelijk: wie car sharing tot een succes wil maken, moet beginnen met een grondige mentaliteitswijziging bij iedere autogebruiker. Het idee over een ‘eigen’ auto te beschikken is uit den boze binnen autodeelprogramma’s. ‘Mijn auto’ telt daar niet. In landen als Duitsland is het binnen de algemene bedrijfscultuur dan ook al veel ruimer geaccepteerd dat de auto die men ter beschikking krijgt, toehoort aan de werkgever. Maar goed, in Duitsland gelden dan ook duidelijk andere fiscale regels… De auto is er geen verkapt verloningsinstrument en iedereen betaalt er als VAA 1% van de catalogusprijs.

Erste E-Carsharing-Strasse Europas am Potsdamer Platz
Car2go, een dochteronderneming van Daimler, is het populairste autodeelinitiatief ter wereld. Eind vorig jaar registreerde het zijn miljoenste gebruiker.

 

Waar blijft free float?

Dat het onze oosterburen ernst is met car sharing, bewijzen ze door autodelen structureel in hun beleid op te nemen. Zo wordt er bij de aanleg van grote nieuwbouwwijken bijvoorbeeld proactief rekening gehouden met car sharing. In de plannen van dergelijke wijken zit immers al een IT-platform vervat met modules voor car sharing terwijl er systematisch ruimte wordt voorzien voor het ophalen en terugbrengen van de voertuigen.

Dat laatste blijkt van doorslaggevend belang te zijn om car sharinginitiatieven te laten aanslaan. Dat bewijzen initiatieven als Drive Now en ’s wereld grootste autodeelplatform, Car2Go (wereldwijd meer dan 1 miljoen gebruikers) onweerlegbaar. Het feit dat deze voertuigen geen parking hoeven te betalen en vrij kunnen parkeren binnen de afgebakende zones (free floating-principe) zijn zonder meer sleutelfactoren in hun verspreiding. En ook hier is er werk aan de winkel voor onze beleidsmakers, want het free flow-principe is bijvoorbeeld in onze hoofdstad (nog?) niet toegelaten. Car sharing mag dan al geen mobiliteitsoplossing an sich zijn, wie een beetje multimodaal vooruitdenkt, weet dat autodelen zijn plaats heeft in het stadsverkeer van morgen.

Alle elementen op tafel

Daar staat tegenover dat bij ons, net zo goed als elders, alle technologie voor handen is om tegen een relatief bescheiden kostprijs eender welke auto om te bouwen tot een volwaardig autodeelvoertuig. De faciliterende technologie, met als voorloper een Belgische pionier als Keyzee (nu onderdeel van OTA Keys), maakt dat ieder voertuig kan worden omgebouwd om te kunnen worden geopend, gesloten en gestart met behulp van een smartphone.

Aanvullend aanbod

Alles bij elkaar genomen besluiten onze experts dat car sharing een prima aanvulling kan zijn die perfect weet te beantwoorden aan specifieke verplaatsingsnoden. Uiteraard in de eerste plaats in een stedelijke omgeving waar je met je autodeelinitiatief vlot(ter) kan aansluiten op andere vormen van transport. Multimodaliteit weet u wel. Opnieuw zijn het hier de beleidsmakers die de sleutel in handen hebben, want een goed uitgewerkt wettelijk kader voor het mobiliteitsbudget kan ruimte en voedingsbodem geven om car sharinginitiatieven hun evidente voordelen (geen parking betalen, geen tijdverlies, comfort en veiligheid) maximaal te laten uitspelen.

Geen eindoplossing

Anderzijds mogen we ons niet blindstaren op het potentieel van car sharing. Het concept van autodelen is niet ontstaan als mirakeloplossing voor het mobiliteitsprobleem. De meerwaarde van succesvol autodelen is niet het oplossen van het structurele fileleed maar wel het streven naar een optimalere benutting van een bestaand wagenpark of een hogere bezettingsgraad van datzelfde park wat in het beste geval kan leiden tot het rationaliseren van het wagenparkformaat.


3 types autodelen
320_AlphaCity

Voor een juist begrip van zaken is het belangrijk een onderscheid te maken tussen drie types car sharing. In de eerste plaats heb je het B2C-autodelen. De Cambio’s van deze wereld zeg maar waarbij een bedrijf een wagenpark ter beschikking stelt voor het autodelen tussen particulieren. De afrekening gebeurt via een abonnementsformule of op basis van het effectieve gebruik. Dit type wagens heeft vaak zijn eigen parkings die vaak aansluiten op knooppunten waar de mobiliteit problematisch is. Ten tweede heb je de autodeelinitiatieven waarbij particulieren hun eigen auto delen met andere particulieren. Tapazz is hier een mooi voorbeeld van, maar er bestaat zelfs een heus Vlaams steunpunt voor particulier autodelen: Autopia. Avira groepeert dan weer de mensen met rolstoelvriendelijke auto’s. Last but not least, is er het B2B-autodelen. Dat kan in een gesloten systeem waarbij enkel de eigen medewerkers van het bedrijf de auto’s onderling kunnen delen. Een open systeem laat ook derden toe om gebruik te maken van deze auto’s. Cambio heeft speciale tarieven voor bedrijven en wordt onder meer via LeasePlan aangeboden, maar het meest uitgewerkte aanbod moet je bij Alphabet zoeken onder de vorm van AlphaCity.


Beginnen met poolcars

De ideale manier om met car sharing te starten is via uw poolcars. In de eerste plaats omdat deze auto’s niet systematisch worden ingezet voor het woon-werkverkeer en dus in theorie niet onderhevig zijn aan de fiscale regels voor de klassieke bedrijfswagen. Bovendien zijn dit vaak de wagens bij uitstek die occasioneel worden ingezet: als aanloopwagen, voor gegroepeerde verplaatsingen, enzovoort.