SHELL – JLR – FevMars2019

Fiscale gevolgen van brandstofkaarten

De regering neemt de brandstofkaarten - net zoals de firmawagens - in het vizier. Het dient gezegd dat ze een bijzonder specifieke fiscale behandeling genieten. Wij zetten alle regels en maatregelen in verband met brandstofkaarten nog een keer voor u op een rij.

Voordeel van alle aard

Het voordeel voor een bedrijfswagen mét tankkaart is vandaag nog altijd even hoog als het voordeel voor dezelfde bedrijfswagen zonder tankkaart. De tankkaart en het voertuig dat wordt ter beschikking gesteld moeten wel één aanbod uitmaken vanuit de werkgever of de vennootschap. Het voordeel mag verminderd worden met de eigen bijdragen.

 

Enkel een tankkaart

Indien een werknemer of bedrijfsleider niet beschikt over een bedrijfswagen maar enkel voor privédoeleinden over een tankkaart van het bedrijf mag beschikken of het bedrijf de brandstofkosten terugbetaalt, dan wordt de gebruiker van de tankkaart steeds belast op het werkelijke waarde van dit voordeel.

 

Fiscale aftrekbaarheid

De fiscale aftrekbaarheid van brandstofkosten en brandstofkaarten bedraagt nog steeds 75% onafhankelijk van de euronorm of de CO2-uitstoot van het voertuig.

 

Verworpen uitgaven en brandstofkaarten

Het ter beschikking stellen van een bedrijfswagen geeft in de vennootschapsbelasting aanleiding tot het aanrekenen van een verworpen uitgaven op de auto- en brandstofkosten en op het voordeel van alle aard. Hierdoor stijgt de belastbare winst. De regel is bovendien enkel van toepassing in de vennootschapsbelasting en niet voor zelfstandigen en éénmanszaken.

Sinds 1 januari 2017 bedraagt deze verworpen uitgave in de vennootschapsbelasting 40% van het voordeel van alle aard van de bedrijfswagen indien de vennootschap ook de brandstofkosten van het privégebruik ten laste neemt. Indien dit niet het geval is bedraagt het tarief slechts 17% van het belastbaar voordeel. Sinds 1 januari 2017 tellen de eigen bijdragen niet meer mee om de berekeningsbasis van de verworpen uitgaven te bepalen. Het tarief van 40% geldt bij zowel een gehele als bij gedeeltelijke tenlasteneming van de privé-brandstofkosten voor het persoonlijk gebruik (privé + woon-werkwerkeer) van een bedrijfsvoertuig. Op welke manier deze ten lasteneming in de praktijk wordt uitgevoerd heeft geen belang. Deze kan plaatsvinden met een tankkaart of bankkaart van de vennootschap of met een terugbetaling van de brandstofkosten aan de werknemer of bedrijfsleider of via een boeking op het credit van de rekening-courant van de bedrijfsleider. In de praktijk volstaat het dat de vennootschap één enkele tankbeurt terugbetaalt tenzij men kan aantonen dat enkel de brandstof voor beroepsverplaatsingen door de vennootschap wordt ten laste genomen. In afwijking van de algemene regel vermeldt de fiscus in haar FAQ “tankkaarten en andere brandstofkosten” van 30 mei 2017 dat het tarief van 17% wel blijft gelden indien de bedrijfsleider of werknemer zijn privébrandstofkosten voor persoonlijk gebruik zelf betaalt of indien de vennootschap enkel de brandstofkosten voor de professionele kilometers ten laste neemt. Het is in de praktijk echter niet mogelijk om apart te tanken voor beroepsverplaatsingen en privéverplaatsingen. De fiscus wenst in deze situatie bewijzen. Het gemakkelijkste bewijs is een bijzondere vermelding in de arbeidsovereenkomst of de carpolicy. Maar dit geldt enkel als een vermoeden van bewijs tenzij de fiscus het tegendeel kan bewijzen. In de praktijk zal men moeten teruggrijpen naar een rittenadministratie met datum, beginadres, eindadres afgelegde kilometers per dag om te weten welke kilometers beroepsmatig zijn. De fiscus laat gelukkig in haar laatste FAQ wel toe dat men mag gebruik maken van een vereenvoudigde formule die ook voor de BTW geldt. Deze is als volgt : aantal kilometers persoonlijk gebruik gedurende een periode van 12 maanden = ((afstand woon-werk x 2 x 200) + 6000 km). Indien hiervoor wordt gekozen moet de vennootschap kunnen aantonen dat van de totale brandstofkosten het pro rata gedeelte brandkosten voor het persoonlijk gebruik niet ten laste werd genomen. Indien dit gedeelte in eerste instantie wel ten laste werden genomen moet de vennootschap minstens kunnen aantonen dat de werknemer of bedrijfsleider het pro rata gedeelte van de brandstofkosten dat slaat op het persoonlijk gebruik heeft terugbetaald aan de vennootschap.

Zuiver fiscaal geeft deze verworpen uitgave in de praktijk altijd aanleiding tot een effectieve belasting in de vennootschapsbelasting ook voor de jaren waarin de vennootschap een fiscaal verlies boekt of haar belastbaar inkomen verminderd wordt of tot nul wordt gereduceerd door de aftrek van giften, DBI-aftrek, octrooi-aftrek, notionele interestaftrek,aftrek van vorige verliezen of de investeringsaftrek. Deze verworpen uitgave is dus de facto een minimale belastbare basis voor elke vennootschap die bedrijfswagens ter beschikking stelt. Op sociaalrechterlijk vlak is het bovendien niet eenvoudigweg mogelijk om het voordeel van de tankkaart zomaar te schrappen. Het voordeel van een bedrijfswagen met tankkaart maakt normaal gezien deel uit van het loon. De werkgever zal dus afspraken moeten maken met de werknemer en het mogelijk verlies van een tankkaart met loon of met een ander voordeel compenseren.

 

Elektriciteit als brandstof

Voordeel van alle aard

In eerste instantie wordt dezelfde formule gebruikt zoals bij voertuigen met een motor op fossiele brandstof. In deze formule is de kost voor het brandstofverbruik inbegrepen en heeft dit geen invloed op het bedrag van het voordeel van alle aard  van de firmawagen. Dat laadpas is vergelijkbaar met de tankkaart voor een diesel- of benzinevoertuig. Het ter beschikking gestelde oplaadpunt en de getankte terugbetaalde elektriciteit geven dus ook géén aanleiding tot een bijkomend voordeel. De verbruikte elektriciteit voor het voertuig is zoals andere brandstofkosten slechts voor 75% fiscaal aftrekbaar. Tot slot nog belangrijke nuance. Tot slot nog deze aanbeveling : het feit dat er thuis meer elektriciteit zal verbruikt worden met het opladen van een elektrische personenwagen wil niet zeggen dat de controleur personenbelasting de werknemer of de bedrijfsleider privé mag belasten op een voordeel van alle aard ‘gratis elektriciteit’ van 440,00 euro per jaar voor werknemers of 970,00 euro voor bedrijfsleiders of leidinggevend personeel. De hoogte van het elektriciteitsverbruik met betrekking tot de personenwagen heeft daar geen invloed op.

 

Verworpen uitgaven

Dezelfde regels zijn ook van toepassing op de elektriciteit die verbruikt wordt door een elektrische of een plug-in hybrid voertuig. In de praktijk betekent dit dat voor de verworpen uitgaven het tarief van 40% moet worden toegepast indien de vennootschap een laadpaal of laadpas ter beschikking stelt en de kosten hiervan ten laste neemt. Het tarief van 17% blijft gelden indien de gebruiker thuis oplaadt en hiervoor geen vergoeding ontvangt van de vennootschap of nog indien de werknemer de pro rata elektriciteitskosten terugbetaalt met betrekking tot het aandeel persoonlijk gebruik (= privé + woon-werk kilometers). Ook hiervoor mag de forfaitaire formule worden gebruikt zoals bij fossiele brandstoffen.

 

Mobiliteitsbudget

Einde juni bereikte de regering een akkoord ivm het mobiliteitsbudget. Ook daar heeft de brandstofkaart zijn invloed. Ter herinnering : het voorgestelde mobiliteitsbudget is gebaseerd op de huidige fiscale wetgeving van het voordeel alle aard van de bedrijfswagen die de werknemer inlevert. De formule vertrekt van de (fiscale) catalogusprijs van het huidige voertuig. Deze prijs wordt beperkt tot 6/7 en vervolgens gespreid over 5 jaar uitbetaald. Indien een werknemer een eigen bijdrage betaalt wordt deze in mindering gebracht. Voor wie een tankkaart van de werkgever gebruikt of zijn brandstofkosten worden vergoed wordt als compensatie een verhoging van het budget met 20 % voorzien.

Formule mobiliteitsbudget

zonder eigen bijdrage van de werknemer :

mobiliteitsbudget op jaarbasis = (fiscale cataloguswaarde van de auto x 6/7) /5

indien de werknemer eigen bijdrage betaalt voor persoonlijk gebruik

mobiliteitsbudget op jaarbasis = (fiscale cataloguswaarde – eigen bijdrage) x 6/7) /5

– wie over een tankkaart beschikt mag zijn mobiliteitsbudget met 20% verhogen.

 

Voorbeeld

 

BWM 520 d  : 109 gram : fiscale catalogusprijs 45.000,00 euro met tankkaart

Mobiliteitsbudget = ((45.000 x 6/7) / 5 ) + 20%  = 9.257,00 euro per jaar of 771,00 euro per maand bruto min belasting op voordeel van alle aard (247,50 euro x 0,5) = 123,75 = netto

 

Michel Willems

Internationaal consultant automotive, mobility & tax

MOBILITAS

www.mobilitas.be

 

Toon meer nieuwsjes