Het voornaamste mobiliteitsprobleem van Brussel is de vorming van de files tijdens de spitsuren. En dat zowel op de ring als er buiten. Door de intermodale verbinding tussen de verschillende regio’s te verbeteren en door de gegevens en analyses te gebruiken om een beheersysteem voor het verkeer en de reële vraag op te zetten, zou Brussel zijn ‘transitscore’ kunnen verbeteren. Een vermindering van het verkeer zou op zijn beurt de tijd die de Belgen in opstoppingen doorbrengen kunnen verminderen. Een tijdsverlies dat momenteel gelijk staat aan één volledige werkweek per jaar.

Brussel doet het eveneens slecht als het aankomt op geïntegreerde en gedeelde mobiliteit. Zeker in vergelijking met andere Europese steden. De invoering van een geïntegreerd ticket – en één betaalsysteem voor de verschillende mobiliteitsspelers via een MaaS-oplossing (Mobility as a Service) zou de situatie direct kunnen verbeteren.

Inzake duurzaam milieu behaalt Brussel dan weer een hoge score. En dat dankzij het groot aantal fietsers in vergelijking met de andere steden die voorkomen in de City Mobility Index van Deloitte. Door het groot aantal auto’s heeft Brussel echter wel een erg middelmatige luchtkwaliteit. De lage emissiezone die net werd ingevoerd wil precies dit probleem aanpakken.