Na publicatie in het Staatsblad kunnen de ondernemingen en werkgevers starten met de uitwerking en deimplementatie ervan. Dat belooft niet zo eenvoudig te zijn. Het beheer is complex en er zijn vele fiscale en sociale regels die moeten gevolgd worden. Een deel van de opdracht zal door sociale secretariaten worden overgenomen. Enkele sociale secretariaten bieden reeds eenvoudige online berekeningstools aan. De invoering van een mobiliteitsbudget betekent ook een ingrijpende aanpassing voor de bestaande carpolicy. HR-managers hebben de taak dit grondig voor te bereiden. Ook leasingmaatschappijen zullen hun adviestools moeten bijpassen en bijkomende mobiliteitsberekeningen moeten aanbieden als aanvulling op de klassieke bedrijfswagen offerte. Ook na de wettelijke invoering van het mobiliteitsbudget zullen nog vele praktische vragen onbeantwoord blijven. Wij verwachten dit jaar dan ook nog een reeks verklarende nota’s en circulaires zowel van de fiscale als van de sociale administraties. Wellicht zullen vele werkgevers daarop wachten om het effectief in te voeren. Wij herhalen voor de volledigheid dat de werkgever geen wettelijke verplichting heeft om het mobiliteitsbudget in te voeren. Ook de werknemer mag zelf beslissen of hij al dan niet instapt in het mobiliteitsbudget nadat de werkgever het heeft ingevoerd. Tenslotte melden wij nog de tijdelijke versoepeling van de CO2-grens van 95 gram voor de herinvestering in een milieuvriendelijk voertuig (Kamerstuk nr. 3381/2). De grens werd voor 2019 opgetrokken tot 105 gram en tot 100 gram voor 2020. Hierdoor beschikt de werknemer over een grotere keuzevrijheid binnen pijler 1 van het mobiliteitsbudget.

Michel Willems

MOBILITAS