link2fleetWelke concrete gevolgen heeft de Covid-19-crisis op professionele mobiliteit? 

Charlotte Thijs: De Covid-19-crisis zal ervoor zorgen dat minder tijd en kilometers aan woon-werkverkeer zullen worden gespendeerd. De structurele invoering van thuiswerk is daarin de drijvende factor. In een studie die wij uitgevoerd hebben zien we dat de gemiddelde werknemer op ongeveer 20,5 kilometer van het werk woontHun pendelgedrag veroorzaakte tot nog toe veel files. Door de coronacrisis zijn die verplaatsingen quasi verdwenen. Bij Acerta verwachten we dat deze trend zal blijven en dat de gereden woon-werkkilometers laag zullen blijven omdat thuiswerk de bovenhand zal krijgen. Zowel werkgevers als werknemers ondervinden daar namelijk de gunstige effecten van. We zullen niet evolueren naar een situatie van puur thuiswerken, maar het zal wel structureel worden toegelaten voor 1 à 2 dagen per week in bedrijven die hier voordien nog geen gebruik van maakten. 

Uiteraard zullen vooral de grote bedrijven het aantal woon-werkkilometers sterk kunnen verminderen. Omdat zij vaak veel werknemers hebben die ver pendelen zal hun impact door de uitbreiding van thuiswerk het grootst zijn. En omdat deze grote ondernemingen doorgaans ook een degelijke IT- en andere infrastructuur hebben zal het invoeren van telewerk ook vlotter gebeuren. Dit opent natuurlijk perspectieven, want de aantrekkelijkheid van een werkgever zal minder afhangen van zijn locatie: wanneer je ook van thuis je job kan uitoefenen, speelt de plaats van vestiging van de werkgever een minder doorslaggevende rol.

Daarnaast verwachten we nog dat puur professionele verplaatsingen eveneens zullen dalen nu tijdens de coronacrisis duidelijk gebleken is dat veel klantenafspraken ook gewoon digitaal kunnen plaatsvinden.

Het einde van de landschapskantoren 

link2leetWelke veranderingen/opportuniteiten zou deze crisis op middellange en lange termijn kunnen opleveren voor de mobiliteit van de bedrijven? 

Charlotte ThijsWerknemers zullen er nog meer naar streven om hun mobiliteit zelf te regelen, op een veilige en virusvrije manier. De maatregelen die vandaag opgelegd zijn (social distancing en dergelijke) zullen ook in de toekomst blijven spelen. Vooral voor het openbaar vervoer ligt hier een uitdagende rol, maar ook voor gedeelde mobiliteitsdiensten, want de schrik zit er toch in bij veel mensen. Anderzijds zijn die mobiliteitsopties ook moeilijk weg te denken en zal moeten blijken hoe lang die angst zal blijven hangen. 

Bovendien is uit onderzoek gebleken dat werknemers het belangrijk vinden dat zij voldoende keuze hebben om hun mobiliteit te regelen. Een bedrijf kan zijn aantrekkelijkheid op de markt dus versterken door een waaier aan mobiliteitsoplossingen aan te bieden. Deze oplossingen bestaan nog steeds gedeeltelijk uit bedrijfswagens, maar daar komen zaken bij als het mobiliteitsbudget, elektrische auto’s, poolwagens, elektrische fietsen, terugbetaling van openbaar vervoer, cafetariaplannen en dergelijke meer. We evolueren dus naar echte mobiliteitsplannen. In cafetariaplannen zagen we al een duidelijk verschuiving naar de fiets, en die trend zal zich vermoedelijk nog sterker gaan doorzetten.

Tot slot nog een aantal algemene neveneffecten van de coronacrisis voor bedrijven:

  • Het einde van de landschapskantoren is misschien wel in zicht. Naast de economische impact van de crisis is er ook het welzijn van de werknemers, zowel op fysiek als op mentaal vlak. Deze crisis heeft bedrijven daar bewust van gemaakt. Uit een onderzoek van Acerta is gebleken dat bijna 6 op de 10 bedrijven zich vanaf de heropstart meer willen richten op welzijn en mentale weerbaarheid. Bovendien zal het einde van deze landschapskantoren niet alleen het gevolg zijn van de coronacrisis, maar ook van het gebrek aan concentratie.
  • Naast de evolutie naar meer mobiliteitsplannen zullen we in cafetariaplannen waarschijnlijk ook een verschuiving zien naar een aanbod van extra IT-materiaal. Meer mensen werken van thuis uit terwijl de kinderen de tablet, de laptop of andere toestellen bezetten, waardoor de werknemer zijn eigen werkmateriaal nodig heeft.