In de meeste gevallen blijven deze incidenten beperkt tot blikschade, maar in sommige gevallen zijn er ook lichamelijke letsels of erger.

Welke impact of kost vertegenwoordigen al deze incidenten nu?

Vooreerst is er de kost van het ongeval zelf, de eigen materiële schade creëert een directe kost voor de onderneming ten belope van het eigenbehoud. De lichamelijke letsels en de schade veroorzaakt aan derden worden behoudens uitzondering door de verzekeraar gedragen, maar deze zullen op hun beurt verrekend worden in hun premiezetting. Met andere woorden, wanneer voorgaande kosten toenemen zal dit bij de komende vernieuwing leiden tot een premieverhoging of in het slechtste geval tot een polisschrapping.

Naast de directe kosten zijn er nog de indirecte kosten verbonden aan een ongeval. We denken hier dan bijvoorbeeld aan de kost voor vervangend vervoer, 24/7 assistentie en beheerkosten. De grootste impact vormt echter het tijdsverlies en het feit dat de medewerker niet productief is. Vertalen we dit naar een omzetsderving voor de firma dan kunnen we de initiële kost van het ongeval makkelijk vermenigvuldigen met factor 5.

Ondanks de grote financiële impact van schadegevallen zijn maar weinig bedrijven die een doorgedreven preventiebeleid voeren en al zeker wat betreft controle en aansturing van het rijgedrag van de bestuurder. Een bedrijfswagenbestuurder tekent hooguit bij ontvangst van zijn nieuwe wagen de car policy en kan vervolgens direct op weg als een “goede huisvader (of moeder)”.

Waarom preventie?

Preventie draagt bij aan welzijn van de medewerkers en zal ongevallen, zeker zware of dodelijke, helpen te vermijden, alsook de negatieve publiciteit hieromtrent. Preventie zal een positief effect hebben op het imago van de firma en bijdragen aan de doelstellingen van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze niet-financiële voordelen zouden eigenlijk horen te volstaan om de doorslag te geven om te starten met preventie!

Echter voor vele bedrijven dient er ook een positieve financiële business case te zijn. En het goede nieuws is dat deze er ook is!

Bedrijven die investeren in bestuurderspreventie kunnen deze investering verzilveren onder de vorm van een daling van het aantal ongevallen en de hieraan gelinkte kosten. Door een daling van de ongevalsfrequentie zal ook het risico van zware ongevallen afnemen. Een aangepast rijgedrag zal tevens bijdragen dat de gemiddelde brandstofkosten zullen dalen. Een percentuele daling van respectievelijk 15% in de schadelast en 4-6% voor brandstofkost is zeker realistisch te noemen. En enkel deze besparingen kunnen de kost van een slim preventieprogramma dekken!

Hoe beginnen?                         

Bestuurders hebben verschillende risicoprofielen. Een aanpak die op maat is van deze verschillende risicoprofielen levert zeer goede resultaten en is kostenefficiënt. Risicoprofielen in kaart brengen kan op basis van data; historische schadestatistieken, brandstofkosten, gegevens over het rijgedrag zelf indien voorhanden (vb telematica, smartphone applicatie). Deze informatie en de daaruit vastgestelde risicoprofielen laten toe om, rekening houdende met de cultuur van de onderneming, een preventieplan uit te werken. Hogere risicoprofielen vereisen een doorgedreven aanpak, voor goede bestuurders volstaat het bv. om via gerichte online opleidingsmodules te gaan bijsturen of om via opfrissingsfilmpjes bepaalde topics onder de aandacht te brengen.

Technologie kan helpen om bijkomende data te capteren en met de bestuurders te communiceren. Dit kan via een on-board systeem in de wagen (dongle, telematica) of via een applicatie op het gsm toestel van de medewerker. Deze geven op permanente basis inzicht over het rijgedrag van de individuele bestuurder (of voertuig). Deze gegevens (vb snelheid tov toegelaten snelheid, anticiperend rijgedrag, niet-handenvrij telefoongebruik, hoge toerentallen, …) geven zowel de preventie-coördinator, als de bestuurder waardevol inzicht in concrete werkpunten en laten toe de resultaten van genomen preventieacties te meten.

Preventieprogramma?

Een preventieprogramma kadert best in een algemene veiligheidscultuur die binnen de firma uitgedragen wordt. Het is belangrijk om rijveiligheid mee te integreren in de bedrijfs- en preventiecultuur en dit geregeld onder de aandacht te brengen. Dit kan door middel van oa. postercampagnes, organisatie van een veiligheidsdag, artikels in bedrijfskrant,… .

Naast algemene communicatie is de individuele communicatie van even groot belang (denken we niet allemaal van onszelf dat we fantastische bestuurders zijn). Hierbij wordt iedere individuele bestuurder periodiek geïnformeerd over zijn/haar eigen rijgedrag (data), de impact van zijn rijgedrag (kosten, vervuiling, risico), en dit in vergelijking met het bedrijfsgemiddelde of een vooropgesteld doel. De creatie van een veiligheidscultuur wordt versterkt door de bestuurders zoveel mogelijk te betrekken en door niet enkel slecht gedrag te gaan sanctioneren, maar ook het goede gedrag te belonen (incentives).

De analyse van de risicoprofielen laat toe om voor de bestuurders die een training nodig hebben, een juiste training te geven, hetzij on-line, hetzij “achter het stuur” en gericht op vastgestelde aandachtspunten.

Een goed preventieprogramma meet ook resultaten en communiceert hierover. Het periodiek analyseren van data laat toe genomen acties te evalueren en bij te sturen waar nodig. Het geeft ook inzicht in de besparingen en vormt de business case voor verdere preventie.

ADAS?

Autonoom rijdende wagens zijn nog niet direct voor morgen, maar de diverse beschikbare rijhulpsystemen zijn talrijk. Het kan nuttig zijn om ondanks de extra kost deze investering toch te doen. Een investering die zichzelf terugbetaalt en mogelijks zelfs een positief effect kan hebben op de residuele waarde van de wagen.

Echter enkel investeren in de “hardware” zal niet de gewenste resultaten opleveren. Ondanks de vele ADAS systemen is het toch de menselijke factor die de zwakke schakel blijft en leed veroorzaakt.