De transitie naar multimodale mobiliteit is uiteraard niet nieuw, maar anders dan het openbaar vervoer is de fiets hier duidelijk de winnaar. Volgens Renta is het aantal bedrijfsfietsen de voorbije twee jaar meer dan verdubbeld. Al meer dan de helft van de nieuwe tweewielers biedt een vorm van elektrische ondersteuning. De gemiddelde aankoopprijs klimt naar een kleine 3.000 euro. Fietsleasing is bijzonder populair.

Algemeen wordt gesteld dat de bedrijfsfiets de bedrijfswagen niet verdringt, maar dat beide complementair gewaardeerd en ingezet worden.

Bij de nieuw ingeschreven auto’s in België zien we meer dan een verdubbeling in het aantal elektrische auto’s – van 1,6% aandeel in 2019 naar 3,5% in 2020 – en een nog grotere stijging voor de hybrides – van 4,7% in 2019 naar 10,9% in 2020. Nog nadrukkelijker  is de elektrifi catie bij de bedrijfsauto’s. Hier klom het aandeel van EV’s in dezelfde periode van 2,30% naar 5,29%. Hybrides gingen van 5,27% naar 15,26%. Dezelfde maar iets minder uitgesproken trend tekent zich af bij de inschrijvingen door zelfstandigen, waar het aandeel EV’s van 1,99% naar 3,45% klimt en hybrides in 2020 11,46% aandeel scoorden tegen 6,80% in 2019.

De keuze voor LPG en CNG bij bedrijven blijft vrijwel ongewijzigd minimaal. Het aandeel benzinemotoren daalde in 2020 naar 35,13% tegen 47,94% in 2019, terwijl dieselmotoren een vrijwel stabiel aandeel behouden van 43,58%.

 

Verwachtingen

Volgens het ‘Company Car Report’, samengesteld door link2fl eet met steun van de drie belangrijkste federaties  uit de Belgische automobielsector – FEBIAC, TRAXIO en RENTA – zullen bedrijven hun wagenpark versterkt elektrifi ceren via aanbevelingen aan hun werknemers. De prognoses geven een aandeel van 24% EV’s en 20% hybride/PHEV’s tegen 2025. Tegen 2030 zou dat 45% EV en 19% hybride/PHEV’s worden. Merk op dat in 2030 nog steeds een aandeel van 19% voor dieselmotoren wordt verwacht, tegen 12% voor benzinemotoren. Opvallend is ook dat waterstof slechts een aandeel van 1% wordt toegedicht, dat ongewijzigd blijft vanaf 2020.

In 2020 hadden zowat de helft van de bedrijven die deelnamen aan het ‘Company Car Report’ geïnvesteerd in laadinfrastructuur voor elektrische of plug-inhybride wagens op hun bedrijfsterrein. Slechts 17% is dat ook in de toekomst niet van plan. Eén op drie investeerde ook in de installatie van een oplaadstation bij de werknemers thuis. Hier geeft 42% van de ondernemingen aan niet te overwegen om ook bij werknemers thuis laadinfrastructuur te voorzien. In 2019 was dat slechts 31%.

Hoewel 2020 als gevolg van het Coronavirus en de enorme impact daarvan moeilijk als referentiejaar kan worden beschouwd, tonen de cijfers over het aantal afgelegde kilometers toch enkele opvallend feiten. Zo daalde het totaal aantal kilometers met amper 10% tot nog steeds 31.522 km. Het aandeel woon-/werkverkeer daalde van 41% naar 37% en ook het aandeel professionele verplaatsingen nam af van 34% naar 32% (11.736 km naar 10.241 km). Het aandeel privéverplaatsingen nam dan weer toe van 25% naar

31% (8.767 km in 2019/ 9.657 km in 2020).

 

Aandacht voor gebruiker en gebruik

Bij de keuze van de aandrijftechnologie zijn gebruiker en gebruik bepalend. Wim Buzzi, co-owner van ‘let it fleet’, adviseert volgende criteria te analyseren:

  • Aantal afgelegde kilometer per jaar
  • Aantal dagelijks afgelegde kilometer
  • Aan het aandrijftype gerelateerde voordelen
  • Binnen het bedrijf vastgestelde budgetgrenzen
  • Ga voor de laagst mogelijke CO2-uitstoot binnen de gestelde budgetgrens
  • Benzine en diesel houden voorlopig nog hun plaats in fleet

 

 

Elektrificatie nader bekeken

Gevraagd naar de evoluties van de B2B-verkoop bij Audi vertrouwde Sofie Luyckx PR-manager, ons het volgende toe: “Het aandeel EV’s steeg tussen 2019 en 2020 van 4,16% naar 6,64%. Bij de PHEV’s is de stijging veel nadrukkelijker: van 3,28% naar 8,61%. De eerste maand van 2021 geeft echt een signaal voor wat de elektrificatie betreft: 7,2% aandeel voor EV en liefst 19,42% voor PHEV”.

Niet minder interessant: het dieselaandeel steeg bij Audi van 55,79% in 2019 naar 57,90% in 2020, terwijl het aandeel van de benzinemotoren in dezelfde periode daalde van 35,12% naar 26,38%. Voor de eerste maand van 2021 daalde ook het dieselaandeel, maar dit motortype haalt nog steeds een niet te verwaarlozen 42,72%.

Leggen we de modellen onder de loep, dan zien we dat de plugin-hybride A3 TFSI e in 2019 door slechts 1% van de kopers besteld werd, terwijl dat in 2020 naar 8% klom en in januari 2021 nog eens verdubbelde naar 16%. De Q3 TFSI e trok als PHEV 36% van de bestellingen naar zich in 2021. Voor de A6 TFSI e is het aandeel van de plug-in hybride in de totale verkoop gestegen van 22% in 2020 naar liefst 46% in januari 2021. De A7 TFSI e scoorde als PHEV in 2019 al 36% aandeel en klom naar 79% in 2020. In 2021 was 4 op 5 A7’s een PHEV.

Sofie Luyckx: “Het aandeel van elektrische wagens in de totale verkoop aan professionele klanten neemt ook toe, al hebben we voorlopig enkel de Audi e-tron. Dat verandert in april met Q4 e-tron, die voor Audi een keerpunt zal zijn dankzij een competitieve basisprijs”. “Plug-inhybrides zijn erg interessant om gebruikers ervaring te laten opdoen met elektrisch rijden” stelt Jeroen Lissens, PR-manager bij BMW. “Een PHEV biedt de voordelen zonder de nadelen”.

Bij de BMW 1 Reeks en 3 Reeks is PHEV erg in trek. De 4-deurs wordt voor 34% als PHEV besteld; de Touring haalt als PHEV iets meer dan 20% aandeel. De 2 Active Touring scoort 30% aandeel met PHEVaandrijving. Bij de X3 gaat al 42% voor PHEV en bij de X5 is dat ruim twee derde van de orders. Ook de MINI Countryman weet voor 44% te verleiden als PHEV-versie.

Jeroen Lissens: “De fleetmarkt duwt nadrukkelijk de elektrificering. In eerste instantie is dat fiscaal geargumenteerd via de TCO-berekening, maar ook duurzaamheid is steeds vaker de driver voor veel bedrijven. Werkgevers communiceren over het onderwerp, stellen een ‘zero emission’-charter op en spreken zo zeker jongere werknemers aan. Bovendien is er een gunstig investeringsklimaat met hoge aftrekbaarheid voor laadinfrastructuur op het werk en thuis”.

“Zelfstandigen en fleets bestellen bijna uitsluitend PHEV” stelt Bastien Van den Moortel, Press Relations Manager Mercedes-Benz Cars. “In het laatste kwartaal van 2020 is de overslag naar PHEV opvallend ingezet. Nu zet de trend vooral door in de compacte klasse, waar PHEV al zo’n 60% aandeel haalt. De Cen E-Klasse lopen bijzonder goed als diesel-PHEV. Mercedes-Benz biedt trouwens als enige benzine- en diesel plug-in-hybrides. Een model als de GLE wordt al voor 90 – 95% als PHEV besteld, op diesel wel te verstaan”.

 

PHEV in de lift

Yves Spiessens, divisiedirecteur Van Mossel Automotive Group, stelt sinds juni 2020 een snelle stijging vast van de vraag naarplug-inhybrides. Zowel de bedrijven die wagens bestellen als de gebruikers vragen vandaag naar het voor beide partijen meest voordelige aanbod en komen zo vaak uit op de PHEV. Hoewel de auto’s met brandstofmotor vanuit budgetperspectief

gunstiger uitvallen (TCO 1) zorgt de fiscale verwerking (TCO 2) al vlug voor een inhaalbeweging van de plug-inhybride. Ook het VAA voor de gebruiker kantelt al vlug in het voordeel van de PHEV.

 

Elektrificatie, wat moet dat kosten?

Voor fl eet en mobility managers is TCO (Total Cost of Ownership) van voertuigen al lang een vertrouwd begrip en de beste maatstaf bij de selectie voor het wagenpark. Toch is het in het kader van de actuele fiscale wetgeving rond bedrijfsauto’s belangrijk om het begrip inhoudelijk nog eens onder de loep te nemen.

Ward Martens, managing partner Eurofl eet Consult, ontleedt de reële kostprijs van (elektrisch) rijden:

1) De leaseprijs staat voor ongeveer de helft van de gebruikskost.

2) Energieverbruik

  • De kosten kunnen voor EV’s en PHEV’s sterk variëren naargelang de beschikbare laadmogelijkheden (werk en/of thuis)

3) Belastingen 1 = cash out

  • BIV – minimaal voor EV tot 0 in Vlaanderen
  • Rijtaks – minimaal voor EV tot 0 in Vlaanderen
  • CO2-bijdrage – 27,54€/mnd voor EV

4) Belastingen 2 = verworpen uitgaven. Hier doen EV’s hun voordeel.

Deze vier posten samen vormen de TCO2.

 

TCO-2 is op maat van onze complexe Belgische fiscaliteit gedefinieerd en bijgevolg ook het meest bruikbaar voor vergelijkingen tussen leasemaatschappijen en het kiezen tussen aandrijftypes. Haal dus nooit TCO en TCO-2 door elkaar, want ze zijn niet vergelijkbaar!

Het is wel uitkijken met PHEV’s, want daar speelt het percentage reëel puur elektrisch gereden kilometers een grote rol. In de praktijk moet 60% elektrisch gereden worden om de TCO-2 opgaven te realiseren. Het is ook mogelijk om de TCO-2 aan te passen aan het gepersonaliseerd verbruik, dit wil zeggen het aandeel van verschillende typetrajecten in het totaal afgelegde kilometers. Dat laatste geniet zeker bij PHEV’s de voorkeur, omdat het percentage elektrisch rijden en de elektrische energiekost sterk kunnen variëren naargelang de gebruiker, de afgelegde trajecten en de toegepaste laadinfrastructuur.

 

Bij elektrisch rijden is het opletten voor:

De prijs voor elektrische energie kan erg variëren:

– Gemiddeld 23 cent/kWh

– Lager indien zelf opgewekte energie via zonnepanelen

– Tot 70 à 80 cent/kWh aan publieke DC-snelladers.

De rijstijl en het type traject hebben een grote invloed op het elektrisch verbruik en bijgevolg op het zuiver elektrisch rijbereik.

 

Laden onderweg is te vermijden.

Hierna enkele indicaties – deels vergelijkend – van de kosten voor plug-inhybrides en elektrische auto’s in de meest gangbare autosegmenten. Met uitzondering van het kleinste segment – B-segment – valt de TCO2-berekening voor de gegeven contractvoorwaarden in het voordeel van de PHEV uit. Ook de gebruiker doet er overwegend zijn voordeel mee gezien het gunstige gemiddelde netto-VAA.

Blijft uiteraard de waarschuwing voor de reële gebruikskosten die uit de hand kunnen lopen bij niet aangepast gebruik van een PHEV als een klassieke auto met enkel verbrandingsmotor. Een aangepaste car policy is dan ook onontbeerlijk voor de implementatie van elektrificatie in de vloot.