link2fleet: Is het niet moeilijk om zoveel merken te positioneren op een markt waar hun producten soms wat met elkaar concurreren?

Wim Rommel: “De markt is voldoende groot om met de andere spelers te rivaliseren. Tussen onze eigen merken bestaat geen concurrentie. De naam Stellantis komt van het Latijnse “stello”, wat “sterrenschittering” betekent. Voor ons is elk merk en zelfs elk model een ster, met zijn eigen geschiedenis en identiteit om verschillende klanten aan te trekken. Dankzij ons globale aanbod kan elke fleetklant in ons gamma alle modellen vinden die tegemoet komen aan de specifieke noden van elk van zijn bestuurders. Elk merk heeft echt een heel eigen imago, dat telkens een heel specifieke klant zal aantrekken.”

 

l2f: Wat is uw strategie om fleetklanten aan te spreken en te overtuigen?

W.R.: “Allereerst moet u weten dat wij geen strategie per merk hebben, maar wel voor de hele groep. Daarom positioneren wij ons als Stellantis als een groep met één organigram. Ik ben belast met de B2B voor alle merken. Er is geen aparte brand manager voor elk merk, maar we werken uiteraard wel met Key Accounts voor het beheer van grote vloten. Onze commerciëlen hebben dus de opdracht om alle producten van al onze merken aan onze klanten aan te bieden. Dat moet onze sterkte zijn. Elk merk heeft daarentegen wel zijn eigen conventies. En we gaan er werk van maken om al onze merken in de car-policies binnen te loodsen. De toegevoegde waarde van ons commerciële team zit hem in de TCO-berekening. Onze teams kunnen volledige TCO-berekeningen leveren van al onze modellen zodat de klant exact weet hoeveel elk van onze auto’s hem zal kosten tijdens de hele levensloop ervan.”

 

l2f: En hoe zit het met de concessiehouders? Is het streven om op langere termijn multimerkenverdelers te hebben

W.R.: “Neen. Elke concessie blijft verbonden aan een merk (of een groep merken) zoals dat vandaag reeds het geval is. Enkel onze B2B-verkopers worden opgeleid om met alle merken te werken.”

 

l2f: De wet-Van Peteghem zou wagenparken massaal voor elektrische aandrijving kunnen doen kiezen. Bent u klaar om hen bij die transitie te begeleiden?

W.R.: “Tot op heden kozen wagenparken vooral voor elektrische modellen uit een soort verplichting, om zich te voegen naar de evoluties op de markt. Vandaag zien we dat deze verplichting is veranderd in een plezier. Fleetklanten vragen naar geëlektrificeerde producten. Het volstaat om iemand die nog niet overtuigd is aan het stuur van een EV te zetten om hen het rijplezier en de mogelijkheden te doen begrijpen. In tegenstelling tot wat nog vaak wordt gedacht betekent elektrisch rijden niet rijden als een bejaarde. Onze elektrische campagne is nu al bezig, met niet minder dan 29 geëlektrificeerde modellen doorheen onze verschillende merken. De komende maanden wordt ze massief doorgezet met als doelstelling om tegen 2025 bijna 100 procent van ons aanbod geëlektrificeerd te maken. Fiat heeft al de puur elektrische 500e, Jeep biedt drie plug-inhybrides (Renegade, Compass en Wrangler), ook Opel heeft meerdere hybrides, net zoals Citroën en Peugeot, en DS heeft van elk van zijn producten een geëlektrificeerde variant. Enkel Alfa Romeo is nog niet geëlektrificeerd, maar dat is voorzien voor 2022 wanneer zijn eerste PHEV Tonale komt. Vandaag hebben we dus al een aanbod dat tegemoet komt aan alle elektrificatiewensen van alle klanten. In afwachting van de echte elektrische omslag in 2026 verwacht ik namelijk dat veel bedrijven nog voor een zachte overgang zullen kiezen via plug-inhybrides.”