Laat ons de ‘verontrustende’ tekst in het regeerakkoord (pagina 51) wat grondiger doornemen. Allereerst gaat het om een regeerakkoord met een looptijd van 2020 tot 2024. We gaan er daarbij van uit dat de Vivaldi-coalitie deze regeringstermijn kan uitdoen. In 2026 zal dus een andere regeringscoalitie aan de macht zijn die op haar beurt een eigen regeerakkoord zal moeten uitschrijven.

De zin “Alle nieuwe bedrijfswagens moeten tegen 2026 broeikasgasvrij zijn” is een intentieverklaring, geen wet. Dat wil echter niet zeggen dat we deze zomaar naast ons kunnen neerleggen.

In het regeerakkoord staan immers ook doelstellingen als:

  1. Verminderen van onze energieafhankelijkheid van aardolieproducten
  2. Verbeteren van de lucht- en geluidskwaliteit. Transport is verantwoordelijk voor 22% procent van de Belgische CO2-uitstoot.
  3. Tegengaan van de klimaatverandering. Het is de ambitie om tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55% te verminderen en om België tegen 2050 klimaatneutraal te maken.

In het regeerakkoord lezen we op pagina 51 ook onder 1.3 – Broeikasgasvrije verplaatsingen:

“In overleg met de deelstaten zal de regering op termijn uitsluitend de verkoop van zero-emissiewagens toestaan, op voorwaarde dat er voldoende betaalbarewagens op de markt zijn en er analyses over de levenscyclus voorhanden zijn”.

Dit betekent dat het aanbod elektrische wagens niet alleen sterk zal moeten toenemen, maar ook de prijzen drastisch zullen moeten dalen. Behoorlijk wat constructeurs hebben al opgeworpen dat kleine (stads) auto’s niet langer rendabel kunnen worden geproduceerd als ze geëlektrificeerd moeten zijn. Bovendien zal Europa in de periode 2022-2026 ook nog een aantal extra veiligheidssystemen verplichten op nieuwe voertuigen. Al die elementen maken het vooruitzicht op ‘betaalbare wagens’ in de B- en C-segmenten weinig realistisch.

 

Laadinfrastructuur

Nog steeds op pagina 51 van het regeerakkoord lezen we onder 1.3 verder:

“Daarbij zal de regering, in samenspraak met de gewesten, ook toezien op de ontwikkeling van de nodige infrastructuur en data-uitwisseling. Deze moet het ook mogelijk maken om emissievrije voertuigen in te zetten in een flexibel elektriciteitsnet”.

Hier staat dat er voldoende laadinfrastructuur ter beschikking moet zijn om elektrisch rijden te faciliteren, maar ook dat het elektriciteitsnet moet omgevormd worden tot een zogeheten ‘smart grid’, om de batterijen van elektrische auto’s als energiebuffer aan het elektriciteitsnet te koppelen. Een mooie theorie. De praktijk lijkt echter ver verwijderd, gezien niemand de budgetten heeft of ze wil of kan vrijmaken om de vereiste, zeer ingrijpende werken uit te voeren.

Waar fleetmanagers zich wel zorgen moeten over maken is volgend zinnetje: “In dit kader zal de regering ook rekening houden met de impact van deze transitie op de overheidsfinanciën (o.a. impact op accijnzen)”.

Het laat zich gemakkelijk raden dat wanneer verbrandingsmotoren uitfaseren zoals de politiek dat wenst, de verkoop van brandstoffen zal terugvallen en bijgevolg ook de inkomsten via accijnzen op de brandstoffen. We moeten dus geen valse hoop koesteren: de accijnzen die we nu afdragen zullen verlegd worden naar de elektrische energie voor mobiliteit. De tekstfase “toezien op de ontwikkeling van de nodige infrastructuur en data-uitwisseling” maakt duidelijk dat de overheid een volledig inzicht in het energieverbruik nastreeft.